Op zaterdag 19 maart 2022 was er een ledendag van de Documentatiegroep '40 - '45 in het Bevrijdingsmuseum Zeeland te Nieuwdorp. Wij van ARS Website waren er bij. Het was best een lange rit maar meer dan de moeite waard. In de afgelopen jaren is daar een schitterend museum neergezet met diorama's en vitrines vol voorwerpen. We werden verwelkomd met koffie en een Zeeuwse bolus door de directeur van het museum Stef Traas. Als lid van de Documentatiegroep '40 - '45 wilde dit museum haar collectie tonen aan de leden. Een prachtige collectie!

Onderweg bij Nieuwdorp staan deze stalen constructies voor platforms in de zee.

Bij aankomst bij het museum wil mijn vrouw wel even op de foto.

Bij de ingang staat dit Oerlikon luchtdoelgeschut.

Voorzijde van het Bevrijdingsmuseum dat verrassend mooi en ruim van opzet is.

In het museum draaide een introductiefilm. Voorafgaand was deze Baileybrug te zien die op het buitenterrein te zien is.

Mobilisatie augustus 1939: een Nederlandse militair neemt afscheid van zijn Zeeuwse echtgenote om zich vervolgens naar zijn mobilisatiebestemming te begeven.

Bij de ingang loop je als het ware de oorlog in.

De meidagen van 1940

Zeemijnen die de Duitsers in zee wierpen voor de kust van Zeeland en de monding van de Schelde.

Een jong gezin in de schuilkelder terwijl het luchtalarm klinkt.

Medische koffer uit de Eerste Wereldoorlog dat ook gebruikt werd door een arts tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Diorama's van de oorlog in de meidagen van 1940.

De koopvaardij speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol voor Zeeland. Door de ligging aan de Westerschelde en de Noordzee waren havens als VlissingenTerneuzen en Breskens van groot strategisch belang. Na de Duitse inval in mei 1940 wisten verschillende Nederlandse koopvaardijschepen uit te wijken naar Groot-Brittannië of andere geallieerde havens. Nederlandse zeelieden, onder wie ook veel mannen uit Zeeland, voeren vervolgens door onder Nederlandse vlag in dienst van de geallieerde oorlogsinspanning. Zij vervoerden onder meer voedsel, brandstof, wapens en troepen over gevaarlijke zeeroutes. De dreiging was groot: schepen konden worden getroffen door Duitse onderzeeërs, zeemijnen en luchtaanvallen. Veel opvarenden kwamen om het leven of brachten lange perioden ver van huis door. Ook de Zeeuwse wateren zelf werden zwaar getroffen door mijnenvelden, bombardementen en de strijd om de Schelde. Na de bevrijding van Walcheren en de Westerschelde in 1944 moest de vaarweg eerst worden vrijgemaakt van mijnen, zodat de haven van Antwerpen weer bereikbaar werd. De inzet van de koopvaardij was daarmee niet alleen van belang voor de geallieerde bevoorrading, maar ook voor het herstel van de handel en scheepvaart in Zeeland na de oorlog.

De mijnopruiming in Zeeland tijdens de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Zeeland van groot militair belang door de ligging aan de Noordzee en de toegang tot de haven van Antwerpen via de Westerschelde. Zowel de Duitse bezetter als de geallieerden legden mijnenvelden aan op land, in duinen, op dijken en in het water. De Duitsers gebruikten landmijnen en versperringen als onderdeel van de Atlantikwall, vooral langs de kust en rond strategische plaatsen. Ook de Westerschelde en de omliggende wateren waren gevaarlijk door zeemijnen, die scheepvaart moesten tegenhouden. Na de bevrijding van delen van Zeeland in 1944 begon het ruimen van mijnen zo snel mogelijk, omdat wegen, landbouwgrond, woongebieden en vaarwegen weer bereikbaar moesten worden. Dit werk werd uitgevoerd door geallieerde genie-eenheden, Nederlandse militairen en gespecialiseerde mijnopruimingsdiensten. Vooral na de Slag om de Schelde en de bevrijding van Walcheren bleek de schade groot: veel gebieden waren niet alleen geïnundeerd, maar ook bezaaid met explosieven. Mijnopruiming was uiterst gevaarlijk en kostte meerdere mensen het leven. Hoewel al tijdens de laatste oorlogsjaren veel mijnen werden verwijderd, duurde het nog jaren na 1945 voordat grote delen van Zeeland volledig veilig waren verklaard.

Op de bovenverdieping mooi uitzicht op het buitenterrein.

Eerbetoon aan de Schotse 52e divisie die deelnam aan de gevechten in Zeeland, ondermeer bij de Sloedam, met deze Pipes and Drums.

We werden verwelkomd in het museumrestaurant met koffie en een Zeeuwse bolus.

Een gids gaat ons rondleiden door het museum om de verhalen te vertellen bij de diorama's en de voorwerpen, die daardoor nog meer spreken tot de verbeelding.

Originele bevrijdingsbogen die uiting gaven aan vreugde van de bevolking van Zeeland over hun bevrijding

In het museum is een animatiefilm te zien van de Slag om de Schelde.

Diorame Dolle Dinsdag 5 september 1944. Met paard en wagen sloegen de Duitsers en hun handlangers, zoals NSB'ers massaal op de vlucht richting Duitsland toen op de BBC werd omgeroepen dat geallieerde legers ons land waren binnengetrokken. Dat bericht bleek achteraf niet waar te zijn.

Uitbeelding van een Duitse geschutopstelling aan de Zeeuwse kust.

Luchtoorlog boven Zeeland

Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag Zeeland op een strategische plek aan de monding van de Schelde, dicht bij de Noordzee en de belangrijke haven van Antwerpen. Daardoor was het luchtruim boven de provincie regelmatig het toneel van gevechten, verkenningsvluchten en bombardementen. In mei 1940, tijdens de Duitse invasie, vochten Nederlandse, Franse en Duitse troepen om Zeeland, terwijl de Luftwaffe doelen op de grond aanviel. Na de bezetting gebruikten de Duitsers de Zeeuwse kust voor verdedigingswerken, vliegvelden, radarposten en luchtafweer als onderdeel van de Atlantikwall. Geallieerde vliegtuigen vielen deze militaire doelen aan en vlogen daarnaast over Zeeland op weg naar Duitsland of terug naar Engeland. Vooral Vlissingen, Breskens, Terneuzen en andere plaatsen langs de Westerschelde kregen te maken met bombardementen, omdat de vaarweg van groot belang was voor de bevoorrading van Antwerpen. In 1944 bombardeerden de geallieerden ook de dijken van Walcheren om de Duitse verdediging te verzwakken voorafgaand aan de Slag om de Schelde. De inundatie hielp bij de bevrijding van het eiland, maar had ingrijpende gevolgen voor inwoners, woningen en landbouwgrond. De luchtoorlog kostte veel burgers het leven en liet blijvende schade achter, maar speelde ook een belangrijke rol bij de bevrijding van Zeeland in het najaar van 1944.

Een afbeelding van een Amerikaanse B-24 bommenwerper, een geschutskoepel, een bom en een probeller van dit vliegtuig beelden de luchtoorlog boven Zeeland uit in de oorlogsjaren.

Propeller van een door de Duitsers neergeschoten B-24 bommenwerper boven Zeeland.

We worden rondgeleid door het museum door een gids die veel weet te vertellen over wat zich in het museum bevindt.

Kantoor van een blokhoofd van de luchtbeschermingsdienst.

Wijk- en Blokhoofden werden door de overheid aangesteld. Zij moesten in de betrokken wijk of betrokken blok woonachtig zijn. De voornaamste taak was het leiding kunnen geven in moeilijke situaties. Zij moesten in de nodige tijd er voor zorgen om in de mobilisatie- en vredestijd zich voor hun taak voor te bereiden en om de inwoners de nodige voorlichting te kunnen geven.

Een knijpkat is een zaklantaarn zonder batterijen. Aan de buitenkant van een knijpkat bevindt zich een hendel die mechanisch wordt aangedreven door de knijpende beweging van een hand.
Aan de hendel van de knijpkat is een soort tandheugel bevestigd die gedurende de knijpende beweging met de hand op zijn beurt een tandwiel aandrijft. Dit tandwiel is bevestigd op de as van de roterende delen van een soort dynamo. Door regelmatig in de hendel te knijpen blijven die onderdelen roteren en wordt elektrische stroom geproduceerd. De roterende onderdelen werken als een klein vliegwiel. De massatraagheid hiervan zorgt voor de gewenste continu teit in aanvoer van de benodigde elektriciteit. Dat is immers nodig omdat het knijpproces steeds aan-uit-aan-uit gebezigd wordt. Het apparaat maakte opgang tijdens en na de Tweede Wereldoorlog toen ten gevolge van de verduistering en het uitlaten van de straatverlichting de buitenruimte volkomen donker was.
De knijpkat werd onder andere vervaardigd door het zogeheten Philips Kommando in het concentratiekamp te Vught.

Dit beeldt uit een winkel in oorlogstijd, waar veel schappen al leeg raken.

Fototoestel en persoonsbewijs van een moedige vrouw die met deze camera stiekem foto's maakte van Duitse verdedigingswerken en die vervolgens opstuurde naar Londen.

Ook over de voorwerpen in deze vitrine kon onze gids heel veel vertellen. Ondermeer over de fotocamera van de moedige jonge vrouw die daarmee foto's maakte van Duitse stellingen en die opstuurde naar Londen en het bord Verboden voor Joden dat in een verborgen bergruimte na de oorlog werd gevonden. Of over een boek waarin wapens waren verborgen voor het verzet.

Onder bewaking van een Duitse soldaat in de cel.

Rondleiding door het museum, waar we hier horen over het boeren leven tijdens de oorlog. We staan bij een diorama waar een Zeeuwse boer wordt gecontroleerd door een soldaat van de Feldgendarmerie.

Op een afbeelding is te zien dat de Duitse soldaten zich tijdens de bezetting goed wisten te vermaken.

Vitrine, met links bovenin een Volksempfanger. Een radio die massaal werd verkocht onder de Duitse bevolking zodat men de hele dagen kon luisteren naar de Nazi-propaganda.

Fietsen met massieve banden waarop gereden werd tijdens de bezetting.

Organisation Todt

Organisation Todt (OT) was een nationaalsocialistische bouw- en ingenieursorganisatie in Duitsland, opgericht in 1938 en vernoemd naar haar eerste leider, Fritz Todt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de organisatie verantwoordelijk voor grote infrastructurele en militaire projecten, waaronder de aanleg van wegen, verdedigingswerken, bunkers en delen van de Atlantikwall langs de West-Europese kust. De OT maakte op grote schaal gebruik van dwangarbeid: krijgsgevangenen, gevangenen uit concentratiekampen en burgers uit bezette gebieden werden onder zware en vaak levensgevaarlijke omstandigheden ingezet. Na Todts overlijden in 1942 kwam de leiding in handen van Albert Speer. De Organisation Todt werd na de Duitse capitulatie in 1945 opgeheven. Zij geldt als een belangrijk voorbeeld van de rol van gedwongen arbeid en grootschalige exploitatie binnen het naziregime.

Uniform van Organisation Todt. De Organisation Todt (O.T.) was een Duitse bouwmaatschappij tijdens het bestaan van nazi-Duitsland, genoemd naar de oprichter Fritz Todt. De organisatie werd in 1938 opgericht. In 1945, toen het Derde Rijk was gevallen, werd de organisatie opgeheven.
Organisation Todt was een Duitse overheidsorganisatie en aanvankelijk onderdeel van het Duitse Ministerie voor Bewapening en Munitie. Na het uitbreken van de oorlog kreeg de organisatie steeds meer bevoegdheden. In het kader van "Bouwen aan een nieuw Duitsland" gaf ze leiding aan de bouw van de Atlantikwall. Op vrijwillige basis en in het kader van de Arbeitseinsatz werden arbeiders aan het werk gezet.

Op een display wordt een animatie weergegeven van de Slag om de Schelde.

BUFFALO s

Door Donald Roebling werd al in 1935 een rupsvoertuig ontwikkeld dat zich zowel in
het water als op land kon voortbewegen. De gedachte was dat men hiermee moerasgebieden kon doorkruisen voor eventuele reddingswerken en bevoorrading. Het Korps Mariniers van de Verenigde Staten had hiervoor belangstelling; in 1941 kwamen de eerste beschikbaar. Het wapen werd LVT (Landing Vehicle Tracked) genoemd, maar door hun ligging in het water kregen ze de naam Alligator. Gezien het maritieme karakter van de oorlog in de Pacific werden alle beschikbare Alligators naar dit front gestuurd.
Op 6 juni 1944, bij de landing in Normandi , had men in West-Europa nog geen beschikking over dit amfibievoertuig. Het was pas in de nazomer van 1944 dat het voertuig hier in gebruik kwam. Het waren niet de Amerikanen maar de Britten die deze
middelen hier voor het eerst inzetten. Hier kreeg het voertuig bekendheid onder de
Britse benaming Buffalo. Hun eerste inzet in West-Europa was op 9 oktober 1944 tijdens de landingsactie vanuit Terneuzen, over de Braakman ten oosten van Hoofdplaat.
Voor de Duitse verdediging was de inzet van Buffalo s onbekend, waardoor een amfibieaanval onverwacht was. De geallieerden boekten hierdoor een doorslaggevend
succes in de strijd om West-Zeeuws-Vlaanderen. De geallieerde verovering van ZuidBeveland werd bespoedigd door een Britse landing bij Baarland (met o.a. Buffalo s)
waardoor voor de Duitse verdediging een onhoudbare situatie ontstond en men het
eiland ontruimde en zich achter de Sloedam op Walcheren terugtrok.
Op 1 november 1944 hadden de landingstroepen bij Westkapelle de steun van Buffalo s. In Vlissingen konden deze voertuigen geen rol van betekenis spelen omdat het
enige tijd duurde voor een Duitse gewapend betonnen tankmuur was geslecht om de
binnenstad binnen te kunnen rijden. Uiteindelijk werd Middelburg met behulp van
deze voertuigen ingenomen. De omvang van een Buffalo is indrukwekkend. Zo indrukwekkend dat ze door de Duitsers vaak aangeduid werden als tanks. Dat de Buffalo
met prioriteit voor de oorlog tegen Japan werd geproduceerd is goed te begrijpen
door de vele maritieme operaties die hier uitgevochten moesten worden. Op het juiste
moment kwamen dit voertuig in West-Europa beschikbaar.
De Buffalo maakte dat de waterlopen geen onoverkomelijk hindernissen meer vormden. De geallieerden kregen door de Buffalo meer operationele vrijheid. Terwijl de
Duitsers de grootste moeite hadden zich te verplaatsen over ge nundeerd Walcheren,
was dit voor de geallieerden door de Buffalo veel minder problematisch. Zonder dit
voertuig had de Slag om de Schelde er heel anders uitgezien.

Bron: Nieuwsbrief Bevrijdingsmuseum Zeeland

E n van de buffalo's die gebruikt werden tijdens de Slag om de Schelde. Imposant om dit voertuig in het echt te zien.

Buffalo's tijdens de landing op het strand van Walcheren.

De koopvaardij in Zeeland tijdens de Tweede Wereldoorlog

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de koopvaardij een onmisbare rol voor Zeeland en voor heel Nederland. Koopvaardijschepen vervoerden onder meer voedsel, brandstof, grondstoffen en militaire goederen over zee. Na de Duitse inval in mei 1940 wist een deel van de Nederlandse handelsvloot uit te wijken naar geallieerde havens, vooral in Groot-Brittannië. Deze schepen voeren vervolgens onder Nederlandse vlag mee in geallieerde konvooien. De bemanningen liepen daarbij grote risico’s: Duitse onderzeeërs, mijnen, luchtaanvallen en slecht weer maakten elke overtocht gevaarlijk. Ook Zeeuwse zeelieden waren aan boord van deze schepen werkzaam. Velen verbleven jarenlang ver van huis, terwijl hun familie in bezet gebied achterbleef. In Zeeland zelf kregen havens en vaarwegen te maken met bezetting, vernielingen en strenge controle. De strategische ligging aan de Schelde maakte het gebied bovendien belangrijk voor de Duitse bezetter. De bevrijding van Walcheren in 1944 en het veiligstellen van de toegang tot de haven van Antwerpen onderstreepten hoe belangrijk de Zeeuwse wateren waren voor de geallieerde bevoorrading. De inzet van de koopvaardij droeg wezenlijk bij aan de geallieerde oorlogvoering, maar eiste een zware tol: veel Nederlandse koopvaarders kwamen om het leven en talrijke schepen gingen verloren. Hun werk bleef vaak minder zichtbaar dan dat van militairen, maar was van groot belang voor de uiteindelijke bevrijding.

Mijnopruiming

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vormden mijnen een groot gevaar in en rond Zeeland. Door de strategische ligging aan de Noordzee, de Westerschelde en de toegang tot de haven van Antwerpen legden zowel de Duitse bezetter als de geallieerden grote aantallen zeemijnen, landmijnen en andere explosieven aan. Vooral de Schelde, de kustwateren en de dijken waren zwaar beveiligd. Na de bevrijding van Zeeland in 1944 begon een langdurige en gevaarlijke operatie om het gebied weer veilig te maken. Geallieerde mijnenvegers maakten vaarroutes vrij op de Westerschelde, zodat schepen met bevoorrading de haven van Antwerpen konden bereiken. Op het land ruimden gespecialiseerde militairen mijnenvelden, strandversperringen en achtergelaten munitie. Daarbij werkten zij vaak onder moeilijke omstandigheden: mijnenkaarten waren onvolledig, mijnen konden door water of zand zijn verplaatst en sommige explosieven waren voorzien van valstrikken. Ook na de oorlog bleven inwoners regelmatig stuiten op granaten, munitie en mijnen. De mijnopruiming duurde daarom nog jaren voort. Deze werkzaamheden waren van groot belang voor de wederopbouw van Zeeland, de veiligheid van de bevolking en het herstel van scheepvaart, landbouw en visserij.

Munitie ruimen in Zeeland.

Bataljon Zeeland

Bataljon Zeeland verwijst naar de militaire geschiedenis van Zeeland en de inzet van militairen bij de verdediging van de provincie, met name tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zeeland had door zijn ligging aan zee, de toegang tot de Westerschelde en de nabijheid van België een belangrijke strategische positie. De naam kan in verschillende historische contexten worden gebruikt voor een bataljon, een herdenkingsinitiatief of een groep die aandacht vraagt voor deze periode. Wie meer wil weten over een specifiek Bataljon Zeeland, kan het beste kijken naar de betreffende jaartallen, legeronderdelen en lokale archieven, omdat de benaming niet altijd naar één vaste eenheid verwijst.

Diorama Bataljon Zeeland

Diorama Generaal van Oord