De Slag om de Ardennen, ook wel Ardennenoffensief, was het laatste grote offensief van de Duitse Wehrmacht aan het
westfront in de Tweede Wereldoorlog. De slag vond plaats in de Ardennen, van 16 december 1944 tot 25 januari 1945, en
werd gewonnen door de geallieerden. In de Engelstalige wereld staat deze strijd bekend onder de naam Battle of the Bulge,
omdat de frontlijn de vorm had van een uitstulping of zak.
In de zomer van 1944 had Duitsland zware nederlagen geleden waarin een belangrijk deel van het Duitse leger vernietigd was. Daarna waren de fronten echter tijdelijk gestabiliseerd zodat weer een pantserreserve kon worden opgebouwd. Adolf
Hitler wilde nu die tanks met zijn laatste reserves aan manschappen inzetten voor een groot tegenoffensief waarmee hij de
strijd alsnog in zijn voordeel hoopte te beslechten. Zo'n beslissing kon alleen in het westen vallen want aan het oostfront
zou de diepte van de Sovjet-Unie iedere aanval moeiteloos opvangen. In het westen leek het echter mogelijk Antwerpen te
heroveren, de enige grote haven waarmee de geallieerden voorraden konden aanvoeren. Twee pantserlegers, met veel
eenheden van de Waffen-SS, moesten binnen zes dagen bij verrassing door de zwak met Amerikaanse troepen bezette
Ardennen heenbreken, de Maas overschrijden en Antwerpen bereiken. Daarmee zou meteen het Britse leger omsingeld
worden zodat het kon worden vernietigd, een wellicht fatale slag voor de oorlogsinspanning van de westelijke geallieerden.

Op 16 december ging het offensief van start. Slecht weer bood de Duitse troepen dekking tegen de oppermachtige
geallieerde luchtmacht. Het maakte echter ook de wegen van de Ardennen vrijwel onbegaanbaar. Het noordelijke 6e
Pantserleger wist wel door te breken en een dertigtal kilometers op te rukken maar slaagde er niet in het doorbraakpunt
naar het noorden te verbreden doordat de Amerikaanse troepen op de heuvelrug van Elsenborn standhielden. Uiteindelijk
liep men hierdoor vast en kon men Luik - waar de Maas moest worden overgestoken - niet bereiken. Zuidelijker had het 5e
Pantserleger meer succes. De doorbraak sloeg een breed gat in het Amerikaanse front en de Duitsers bleven een week
naar het westen oprukken, bijna ten oosten van Dinant de Maas bereikend. Op dat moment was de Amerikaanse 101e
Luchtlandingsdivisie echter al naar het wegenknooppunt Bastenaken gereden en had dit sterk ter verdediging ingericht. De
omsingelde Amerikanen hielden het stadje tegen alle aanvallen en verstoorden zo de Duitse aanvoer. Bij gebrek aan
brandstof en munitie moesten de Duitse tanks op 25 december bij Celles hun opmars staken.
De Amerikaanse bevelvoering in het noorden van de Ardennen was in het ongerede geraakt. De Britse veldmaarschalk
Bernard Montgomery nam daar het bevel over, bouwde een hecht front op, en posteerde Britse troepen dwars op de Duitse
opmarsroute bij Dinant. Tegelijkertijd kwam de Amerikaanse generaal George Patton uit het zuiden te hulp met het 3e
Leger en ontzette Bastenaken. Het weer werd zonniger en jachtbommenwerpers teisterden de Duitse troepen. Uit alle
fronten toestromende Amerikaanse pantserdivisies schiepen een grote geallieerde overmacht aan tanks. Hitler wilde
echter niet toegeven dat het offensief mislukt was en beval alsnog Bastenaken te nemen. Na zware strijd mislukte dat.
Montgomery viel de Duitse aanvalswig uit het noorden aan, en Patton uit het zuiden. Hitler stond nu toe de Ardennen te
ontruimen en rond 25 januari 1945 waren de Duitsers weer terug op hun beginposities.
Het offensief leidde tot spanningen tussen de Britten en de Amerikanen. De geplande geallieerde aanvallen op het Rijnland
werden zes weken uitgesteld. Zowel Duitsers als Amerikanen leden forse verliezen aan tanks en manschappen. De
Amerikanen hadden echter vrijwel onuitputtelijke materieelreserves. De Duitsers daarentegen hadden nu geen
pantserreserve meer om het grote offensief van het Rode Leger op te vangen, dat op 12 januari 1945 aan de Weichsel
losbarstte. Eind januari stonden de Sovjetlegers voor Berlijn.

V.l.n.r. Sergeant. Lyle Greene, Sergeant. Joseph de Mott en private Fred Mozzoni onderweg naar het noordfront van
Malmedy, 29 december 1944.

Een Panther van het 12e Panzer Regiment in brand bij Krinkelt op 18 december.

Twee uitgeschakelde Panthers van het 1. SS-Panzer Regiment 12 in Krinkelt. Op 18 december vielen onderdelen van de
99th Infantry Division, versterkt met de 2nd Infantry, aan in de mist. De Panthers waren een gemakkelijk doelwit voor de
bazookateams.

Gedenkstenen voor de drie eenheden die de verdediging op zich namen: de 'Battle Babes' van de 99th Division.

Op de rotonde in de weg van Büllingen naar Bütgenbach.

M7 105 mm HMC op 20 december op een kruising onderweg naar de heuvbelrug van Elsenborn.

De Amerikaanse artillerie speelde een belangrijke rol bij het stuiten van de Duitse aanvallen, met name rond de cruciale
dorpen Krinkelt en Rocherath. Hier liggen de hulzen van de 105 mm kanonnen van het 38th FA Bn, ingedeeld bij de 2nd Inf
Div in de sneeuw.

Een colonne Amerikaanse Sherman tanks op weg naar het front.

Kampfgruppe Peiper zwoegde over de smalle wegen en trof veel belangrijke bruggen opgeblazen aan, zoals hier in
Baugnez.

Een bazookateam van de 82md Airborne's C Coy, 325th GIR, wachten Kampfgruppe Peiper op bij Werbomont, 20 december
1944.

De route met smalle wegen waarover Kampfgruppe Peiper zich voortbewoog.

Monument in Ligneuville waar, later diezelfde dag, acht soldaten van de 9th Armd Div werden vermoord.

Bij Malmedy werden 84 lichamen gevonden.

De brug over de Amblève bij Stavelot was het toneel van zware gevechten op 18 december en daarna. Nadat hij op de 17e
was opgerukt uit Ligneuville, viel Peiper bij het ochtendgloren van de 18e aan vanaf de heuvel (1) aan de Chemin de
Château. Hij veroverde de brug (3), stak de rivier over en zette koers naar Trois Ponts. Later die dag heroverde het 1st Bn,
117th Inf Regt, 30th Inf Div, die in Normandië tegen Leibstandarte had gevochten, de brug en sneed Peiper af. Duitse
pogingen om de brug terug te veroveren liepen op niets uit en hij werd later opgeblazen door de verdedigers.

Er zijn een aantal verschillen tussen toen en nu: bij 2 van toen zijn een uitgeschakelde Tiger II (koepelnr. 222) en een
Schwimmwagen te zien; het grootste gebouw bij 4 is er niet meer. Een M3A1 White-halftrack (zie inzet) dient als
gedenkteken voor de gevechten in het gebied, die aanhielden tot in januari 1945. Het naburige gebouw bij 5 is er echter nog
wel.

In Rue Haut Rivage in Stavelot verloor Kampfgruppe Peiper Königstiger met koepelnummer 105.

De brug bij Stavelot.

De weg van La Gleize naar Stoumont.

De Kampfgruppe bereikte Troi Ponts op de weg vanuit Stavelot (2), op zoek naar een brug over de Amblève, maar het 51st
ECB blies zowel deze (5) als de twee bruggen over de Salm op (6)

Hierdoor was \Peiper gedwongen noordwaarts te gaan en bij La Gleize probeerde hij via Cheneux over de Lienne te gaan.
Opgehouden door een luchtaanval arriveerde de Kampfguppe bij de brug, die vervolgens werd opgeblazen door het 291ste
ECB. Peiper keerde terug naar La Gleize waar hij goed nieuws kreeg - hij trof er een kleine kolonne versterkingen met wat
tankauto's - en het slechte nieuws dat Stavelot in handen van de Amerikanen was gevallen. De enige weg was nu
voorwaarts naar Stoumont en de Maas bij Huy. De aanval zou beginnen op 19 december.

Op 19 december 1944 om 7.00 uur rukte Peiper op naar Stoumont. In eerste instantie verliep de aanval voorspoedig, al
ontmoette hij flinke tegenstand van het 3rd Bn, 119th Inf Regt, 30 Inf Div, dat eerder die ochtend was versterkt met 10 M4's.
Tegen 11.00 uur was het 119th teruggedrongen naar het station van Stoumont, waar het 1st Bn, 119th Inf Regt, versterkt
met het 740th Tank Bn, aanviel en Peiper terugdrong. De strijd woedde nog twee dagen in Stoumont, met name rond de
sleutellocatie, het sanatorium St Edouard, totdat Peiper op de middag van de 21ste zijn strijdmacht terugtrok en verdedigde
stellingen betrok rond
La Gleize. De Duitsers vochten door tot alle brandstof en voedsel op waren, terwijl de enige
bevoorrading door de lucht grotendeels in Amerikaanse handen viel. Vroeg in de ochtend van de 24ste lieten Peiper en zo'n
duizend man een achterhoede en de gewonden achter en forceerden een uitbraak naar de Duitse linies, die ze op de 25ste
wisten te bereiken. De achtergebleven voertuigen omvatten onder meer de Königstiger, die ook vandaag nog in La Gleize te
zien is, en in de nabije omgeving nog vier Königstiger. In totaal liet Peiper ruim 50 tanks, gemechaniseerde artillerie en 70
halftracks achter. Tegenwoordig pronkt het museum in La Gleize met een aantal herstelde voertuigen, waaronder een van
deze Königstiger (koepelnummer 213) die voor het museum staat (1), dat oorspronkelijk de pastorie was en werd gebruikt
als eersteulppost. Het stadhuis (2) deed dienst als commandopost. Het Amerikaanse leger had de Königstiger 213 in juli
1945 willen meenemen, waar er wordt verteld dat hij behouden bleef door tussenkomst van een plaatselijke vrouw en een
fles cognac. De 213 werd in plaats daarvan naar het dorpsplein gesleept en in augustus 1951 door het Belgisce leger naar
zijn huidige plek gebracht.

Doctor Heely was Battalion Assistant S3 in the 113th Field Artillery. Hij en de 30th Division waren betrokken bij de slag om
Aken en de rivier de Roer, waarna de divisie rust kreeg. Vanwege de situatie in de Ardennen kregen ze bevel onmiddllijk
zuidwaarts naar Eupen te trekken om een tegenaanval voor te bereiden in het zuidoosten. De opmars van Kampfgruppe
peiper veranderde echter alles. Op 17 december om 16.30 uur vertrok de divisie en onderweg werd de leidende
gevechtseenheid - de 117th Infantry - naar Malmedy gestuurd. De volgende ochtend kreeg een bataljon bevel om naar
Staevlot te gaan om de Duitsers tegen te houden bij de Amblève. CO van de 117th was Walter K. Johnson, die in oktober
tot kolonel was bevorderd. Hij joeg zijn 1st Bn op naar Stavelot, stelde zijn 2nd Bn op op de heuvel tussen Stavelot en
Malmedy en het 3rd Battalion in Malmedy. Het was te laat. Op de ochtend van 18 december namen de Duitsers Stavelot in
en er kwamen meldingen binnen van Duitse pantservoertuigen die vanuit Trois Ponts noordwaarts gingen, in de richting
van La Gleize en Stoumont. Op dit kritieke ogenblik deed de 30th Division wat ze had gedaan in Mortain: ze vielen de vijand
aan, heroverden Stavelot, dankzij tijdige luchtsteun, en verwoesten de brug, waarmee Peiper's communicatie- en logistieke
lijnen waren doorgesneden. Zijn strijdmacht moest het opnemen tegen de rest van de 30th Division bij Stoumont en moest
lang genoeg opgehouden worden tot de 82nd Airborne mee kon gaan doen. Door zware gevechten werd de Kampfgruppe
teruggeslagen en zonder brandstof lieten Peiper en zijn mannen hun voertuigen achter en vluchtten terug naar hun linies.

Heely's foto van het kruispunt van Baugnez waar het bloedbad van Malmedy plaats vond.

Een houwitser van B Battery, 113th FA Bn, in een gecamoufleerde stelling bij Ster, ten noorden van Stavelot.

Een No 2-kanon van A Battery, in de buurt van Ster.

Een Panther met stalen wielen, waarvan er een aantal werd verlaten of uitgeschakeld in de gevechten rond La Gleize.

Deze Panther met koepelnummer 204 raakte door de brandstof heen en werd achtergelaten bij La Gleize. De Amerikanen
tankten bij en reden de tank een paar honderd meter naar het zuiden'ze lieten hem achter toen hij bleef steken.

Een M114 155 mm houwitser van de A Battery, 113th FA Bn, verplaatst naar Recht, ten noordoosten van Sankt Vith, januari
1945. De M114 kwam voor het eerst in actie in Noord-Afrika in 1942. Hij vuurde tweedelige munitie (een projectiel en een
apart verpakte stuwlading). Hij schoot voornamelijk explosieven, maar ook wel lichtkogels, rook of wittefosforgranaten. Er
werden ruim 4000 exemplaren van de M1 en M1A1 geproduceerd. De eerste M1A1 rolde in 1944 uit de fabriek en was,
anders dan de M1, gemaakt van versterkt staal en had lucht- in plaats van elektrische remmen. De houwitser had een
bereik van 14,6 km voor explosieven, de rook haalde 8,9 km en de lichtkogels 6,4 km. Een goede bemanning (gewoonlijk 11
man) kon 40 salvo's per minuut afvuren - met grote precisie. Hij diende tot in de Vietnamoorlog.

Alles nog rustig in Sankt Vith in september, twee maanden voor het offensief. Een 7th Armored halftrack ridt door de
straten.

Na de Duitse verovering werd Sankt Vith op 25 en 26 december gebombardeerd door de USAAF en de RAF Bomber
Command.

Gedenktekens voor de 106th Division en het 168th ECB. De 106th was omsingeld in de Schnee Eifel en twee regimenten
werden gevangen genomen; de rest sloot zich aan bij de verdedigers van Sank Vith. |Het 168th ECB was een onderdeel van
de Combat Command B 7th Armd Div.

Na de val van Sank Vith wisten zo'n 15.000 man en honderd tanks te ontsnappen. Daarna hielpen zij de 82nd Airborne bij
de verdediging. Het Zesde Panzerarmee joeg hen op en viel aan over een front van Vielsalm en de Salm tot het kruispunt bij
Baraque. Op de avond van 23 december had de 2e SS Panzer het kruispunt van Baraque de Fraiture in handen, en hun
volgende doel was het kruispunt van Manhay, 8 km verderop.

Stelling van de US 7th Armd Div, Vielsalm, 23 december 1944.

Gedenkteken voor de 7th Armd Div in Vielsalm.

2nd Bn, 325th GIR, 82nd Airborne op 20 december. In eerste instantie zou de 82nd Bastogne verdedigen, maar dat deed de
101st Airborne Division en de 82nd werd noordwaarts naar Werbomont gestuurd. De 325th verdedigde het kruispunt van
Baraque de Fraiture.

Begin januari 1945: een colonne van de 2nd Armd geleid door een M36 antitankvoertuig gaat noordwaarts terug naar
Dochamps.

GI's graven schuttersputjes bij Amonines, 4 januari 1945.

Ter nagedachtenis aan John T. Graham, Everett W. Christensen, Isaac Duhon en John McMahon, dappere soldaten van het
82nd Recon Bn, 2nd Armd Div, in januari 1945 gevallen in de strijd om Samrée.

Gedenksteen ter ere van het 238th ECB aan de weg van Grandmenil-Manhay.

In de zware gevechten rond Manhay verloor Das Reich een aantal Panzers. Zeven werden achtergelaten rond Bomal
Manhay-Grandmenil, sommige vernietigd of met lege tank en anderen vastgelopen in de moerassige grond.

Eén bleef achter op het kruispunt en werd later van de weg geduwd; een andere verloor een rupsband; een derde werd
achtergelaten in een greppel ten noorden van de hoofdweg. Vier, waaronder koepelnummer 407, raakten ze kwijt in het veld
ten zuiden van de weg.

De 407, met kapotte vering en ontbrekende mondingsrem, is tegenwoordig een monument bij het kruispunt van
Grandmenil.

Een Panther van Das Reich, uitgeschakeld door het 289th Regt, 75th Inf Div bij Grandmenil. De divisie kwam op 22
november in Engeland aan en haastte zich op 23 december naar de Ourthe. Op 5 januari ging zij verder naar Grandmenil. Zij
loste op 8 januari de 82nd Airborne af aan de Salm en ging op 17 januari in de aanval om Vielsalm in te nemen.

Aanvankelijke Duitse successen stuitten op een onwrikbare verdediging. Deze Panthers werden uitgeschakeld bij Humain
tijdens een driedaagse slag tussen enerzijds de US 2nd Armd en de 4th Cavalry Group en aan Duitse kant Panzer Lehr, die
werd vervangen door de vanuit Nederland overgeplaatste 9e Pz Div. Het nauwkeurige artillerievuur van de 2nd Armd, de
geallieerde luchtsteun en tenslotte de vlammenwerpende Crocodile-tanks van de Schotse Fife and Fortar Yeomanry
beslechtten het pleit.

Infanteristen van Easy Coy, 2nd Bn, 41st Regt, 2nd Armd rukken op in de aanval op Humain.

Een omgekomen Duitser in Amerikaans uniform. De infiltratie van geallieerde linies door Duitse commando's in Amerikaans
uniform was niet zo wijdverbreid als de angst en de geruchten wilden doen geloven. Cole meldt dat een jeep met dergelijke
saboteurs werd gepakt bij een Britse post bij Dinant.

Militaire politie van de 84th Inf Div bewaakt een cruciaal kruispunt bij Baillonville ten noorden van Marche.

De Duitse aanval kwam het dichtst bij de Maas rond 24 december, toen de 2e Panzer Division op circa 8 km was, bij Foy
Notre-Dame en Celles. Vluchtelingen staken de rivier over. Het offensief verloor echter aan kracht. Bastogne was niet
gevallen en Pattons Derde Leger rolde noordwaards. Montgomery had het bevel overgenomen over de noordelijke troepen.

Een Britse Sherman Firefly patrouilleert langs de Maas bij Namen.

Door het slechte weer konden de geallieerden geen luchtsteun inroepen, maar minstens zo belangrijk was het ontbreken
van informatie. Toen het weer opklaarde, begonnen de verkenningsvluchten weer en deze foto toont hoe nuttig die waren.
Dit is Mont, ten noorden van Houffalize, op 26 december genomen door het 16th PR Sqn, RAF. Dit eskadron was
gestationeerd in RAF Blackbushe en uitgerust met Spitfire PR MK XI's die, in noodgevallen, konden klimmen tot 13.000 m
hoogte. Ze konden verticaal geplaatste camera's achter de cockpit of verticaal georiënteerde camera's oder de vleugels
meevoeren.

Houffalize

Houffalize is een Belgische stad en gemeente in de provincie Luxemburg, in de Ardennen. De plaats ligt aan de rivier de Ourthe en staat bekend om haar groene, heuvelachtige omgeving. Het is een populaire bestemming voor wandelaars, mountainbikers en liefhebbers van outdooractiviteiten. In en rond Houffalize zijn verschillende wandelroutes, bossen en uitzichtpunten te vinden. De stad heeft ook een belangrijke geschiedenis: tijdens de Slag om de Ardennen in de Tweede Wereldoorlog werd Houffalize zwaar getroffen. Tegenwoordig combineren bezoekers er natuur, sport en het rustige karakter van de Belgische Ardennen.

In het Belgische Houffalize vind je een opmerkelijk stukje geschiedenis: de Panther Mark V tank. Deze tank, een
Panzerkampfwagen V Panther, belandde ondersteboven in de rivier de Ourthe tijdens het Ardennenoffensief van Von
Rundstedt. Laat me wat details over deze tank delen:
Locatie: Koning Albertplein, 6660 Houffalize, België.
Eenheid: De tank behoorde toe aan de 116. Panzer-Division, LVIII Panzerkorps, 5. Panzer-Armee.
Historische context: Op 19 december 1944 speelde deze tank een rol in de de verovering van Houffalize. De tank behoorde
tot het 116. Panzer-Division, LVIII Panzerkorps, 5. Panzer-Armee. Deze eenheid wist op 19 december 1944 het stadje
tegenstand te veroveren. Het oorspronkelijke nummer van de tank was 111.De tank werd op 20 september 1948 door de Genie van Namen uit de rivier gehaald. De brug zelf is te vinden aan de westkant van Houffalize, aan de Rue de la Roche, de
weg naar La Roche. Deze Panther is één van de drie die nog in de Ardennen te vinden zijn, de anderen staan
in Grandmenil en Celles.

In december 1944 lag in Houffalize een Duitse Tiger II, ook bekend als de Königstiger, uitgeschakeld tussen de verwoeste gebouwen en puinresten van de stad. De zware tank maakte deel uit van het Duitse Ardennenoffensief, dat op 16 december was begonnen. Houffalize lag op een belangrijke route door de Ardennen en werd zwaar getroffen door gevechten en bombardementen. De tank stond er beschadigd en onbeweeglijk bij: een tastbaar beeld van de strijd die zich in en rond de stad afspeelde. Met zijn brede rupsbanden, dikke bepantsering en grote geschutstoren vormde hij een opvallend, maar ook somber onderdeel van het straatbeeld in een vrijwel volledig verwoest Houffalize.

Bastogne

De hoofdstraat van Bastogne, de rue de Sablon, loopt van de Place Général naar het Musée en Piconrue (in 1944 nog het
Bethlehemklooster, tijdens het beleg gebruikt als ziekenhuis). Bastogne staat in de annalen van de Amerikaanse militaire
geschiedenis symbol voor de durf en koppigheid van de GI. Dankzij de standvastigheid van de eenheden in het oosten werd
Bastogne pas op 21 december volledig omsingeld en tegen die tijd waren de verdedigers al versterkt door het CCB van de
10th Armd Div en een deel van de SHAEF-reserve, in de vorm van de moedige 101st Airborne, als was het zonder CO.

Bastogne vanuit de lucht, toen en nu. 1 is de weg naar het noorden. 2 is het hoofdplein en 3 de loop van de rue de Sablon.

1 Het toeristenbureau 2 gedenktekens voor de 11th Armd en 3 generaal McAuliffe.

1 Het toeristenbureau, dat ook prominent te zien is op de luchtfoto van het plein.

Deze Sherman M4A3 Tank van de 11th Armoured 'Thunderbold' Division werd uitgeschakeld op 30 december 1944 in de
omgeving van het gehucht Renuamont en staat tegenwoordig midden op het McAuliffe plein.

Veldgraf van een gesneuvelde Duitse Fallschirmjäger van de 5e Division, onderdeel van de Duitse Zevende Leger, ten
oosten van Bastogne

Wiltz in Luxemburg was vanaf 19 december 1044 de commandopost van de 28ste Infantry Division onder generaal
Norman 'Dutch' Cota. Deze divisie speelde een heldenrol bij het afhouden van Duitse aanvallen op Bastogne.

Gedenkteken vor de 10th Armored Division in Bersdorf.

Gedenkteken voor de 4th Armored Division in Osweiler.

De vrolijke bemanning van de M4A3E2 'Jumbo' Sherman, nadat zij de tankcolonne van de 37th Tank Battalion, 4th Armored
Division Bastogne in hadden geleid. Het zou twee weken kosten om de Duitsers oostwaarts van Bastogne terug te dringen.
De slag eindigde officieel ruim een week later, op 17 januari 1945. Het 37th kreeg een Presidential Unit Citation voor de
ontzetting van de stad.

Een lichte M5-tank van de 4th Armoured Division rolt richting Bastogne op 27 december 1944.

De 84th Infantry Division van het Eerste Leger ontmoet de 11th Armd van het Derde Leger in Houffalize op 16 januari 1945.
De Slag om de Ardenen is bijna voorbij: de invasie van Duitsland staat op het punt te beginnen.

Lt-gen. George Patton (rechts), Lt-kol. Steve A. Chappuis (midden), commandant van het 2/502nd PIR) en Brig-gen.
Anthony McAuliffe op de trappen van Château de Rolley, nadat Pattn hun het DSC had gegeven.

Sporen van de strijd in het Bois-Jack: een schuttersput. In december 1944 werd het Bois Jacques, een bos bij Foy nabij Bastogne in België, een belangrijke verdedigingspositie tijdens het Ardennenoffensief. Amerikaanse militairen van de 101e Luchtlandingsdivisie, waaronder Easy Company van het 506th Parachute Infantry Regiment, groeven er schuttersputten in de bevroren grond. Zij moesten onder zware winterse omstandigheden standhouden tegen Duitse aanvallen en artillerievuur. De kou, sneeuw en gebrekkige bevoorrading maakten het verblijf in het bos bijzonder zwaar. Toch droeg de verdediging van deze sector bij aan het behoud van Bastogne, dat tijdens het offensief door Duitse troepen werd omsingeld. Het Bois Jacques geldt daardoor als een van de bekendste plaatsen uit de Slag om de Ardennen.

Soldaten van de 101st Airborne Division poseren met het naambord van Bastogne.

Aankomst van generaal Patton in Bastogne op 30 december.Generaal George S. Patton speelde een belangrijke rol tijdens het Ardennenoffensief in de winter van 1944-1945. Toen de Duitse troepen Bastogne omsingelden, bevond de Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie zich in de stad onder zware druk. Patton, commandant van het Derde Amerikaanse Leger, draaide zijn troepen in korte tijd noordwaarts om de belegerde stad te bereiken. Op 26 december 1944 doorbrak de 4e Pantserdivisie van zijn leger de Duitse omsingeling en maakte zij contact met de verdedigers van Bastogne. Patton was niet zelf de bevelhebber in de stad; die rol lag bij brigadegeneraal Anthony McAuliffe, die bekend werd door zijn antwoord “Nuts!” op een Duitse eis tot overgave. De ontzetting van Bastogne was een belangrijk keerpunt binnen het Ardennenoffensief en onderstreepte Pattons reputatie als een energieke en doortastende commandant.

Op 30 december 1944 werd het belegerde Bastogne tijdens het Ardennenoffensief opnieuw vanuit de lucht bevoorraad door geallieerde transportvliegtuigen. De stad en de Amerikaanse troepen van de 101st Airborne Division waren omsingeld door Duitse eenheden en hadden dringend behoefte aan munitie, voedsel, medicijnen en andere voorraden. Hoewel de luchtbevoorrading enkele dagen eerder al was begonnen nadat het weer was opgeklaard, bleven de droppings op 30 december van groot belang. De voorraden hielpen de verdedigers om stand te houden totdat de troepen van generaal Patton de omsingeling verder konden doorbreken.

Een 4th Armd M4A3 (76mm) bestrijkt hoofdweg H4 bij Bastogne.

Firefly's van de B Sqn East Riding Yeomanry, onderdeel van de 33rd Armd in Hotton, op de westoever van de Ourthe, 4
januari 1945.

Monty inspecteert de Britse 6th Airborne in de Ardennen. Tijdens het Ardennenoffensief, in december 1944, speelde Bastogne een cruciale rol in de strijd tegen het Duitse leger. De stad werd vooral verdedigd door Amerikaanse eenheden, waaronder de 101e Luchtlandingsdivisie, militairen van de 10e Pantserdivisie en andere Amerikaanse troepen. Britse grondtroepen waren niet de voornaamste verdedigers van Bastogne. Het Britse leger opereerde voornamelijk verder naar het noorden van het front, onder bevel van veldmaarschalk Bernard Montgomery. Wel droegen de Britten bij aan de bredere geallieerde oorlogsinspanning, onder meer via luchtsteun en operaties in de Ardennen. De omsingeling van Bastogne werd op 26 december 1944 doorbroken door Amerikaanse troepen van het Derde Leger van generaal George Patton. De verdediging van de stad groeide uit tot een symbool van Amerikaanse vastberadenheid tijdens de Slag om de Ardennen.

Churchill tanks staan klaar om de Britse 53rd Division te helpen. De 53rd (Welsh) Infantry Division was een Britse infanteriedivisie die tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol speelde in Noordwest-Europa. Tijdens het Ardennenoffensief, dat in december 1944 begon, werd de divisie vanuit Nederland en België verplaatst om de geallieerde linies te versterken. De Duitse aanval in de Ardennen was bedoeld om de geallieerden te verrassen en de haven van Antwerpen te heroveren. De 53rd Division werd ingezet in de sector rond de Maas en hielp bij het afgrendelen van mogelijke Duitse doorbraken richting Dinant en Namen. Hoewel de divisie niet in alle zwaarste gevechten in het hart van de Ardennen terechtkwam, leverden haar eenheden een waardevolle bijdrage aan de verdediging, beveiliging en latere tegenaanval. De soldaten, grotendeels afkomstig uit Wales, opereerden onder winterse omstandigheden en hadden te maken met moeilijke bevoorrading, koude en onzekerheid over de Duitse opmars. Na het afslaan van het offensief zette de divisie haar opmars voort richting Duitsland.

Uiteindelijk wonnen de geallieerden de slag. Het Ardennenoffensief was een cruciaal moment in de oorlog en markeerde
het begin van het einde voor nazi-Duitsland. De Duitse verliezen waren aanzienlijk, terwijl de geallieerden hun positie
versterkten en de weg vrijmaakten voor verdere bevrijding van Europa.
Het Ardennenoffensief blijft een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, waarbij moedige
soldaten aan beide zijden vochten in barre omstandigheden.