Engeland 1944 – Het geallieerde arsenaal voor D-Day

Troepen van de 29ste divisie, inclusief het peloton van de militaire politie, werden verplaatst van een LST op een Rhino Ferrytijdens een oefening op Slapton Sands. De ATC was slechts groot genoeg voor landingen met een omvang van een regiment. Aanvallen op een schaal van een divisie werden verder ten zuiden van het Slapton trainingsgebied uitgevoerd. De markeringen op de bumper van de jeep links blijkt van de 165ste Signaal Foto Compagnie te zijn. Het was niet ongebruikelijk voor fotografen om de bumpermarkeringen van hun eigen eenheid op de foto aan te brengen zodat ze er verzekerd van waren dat ze het voordeel kregen van de opname.

Engeland, voorjaar 1944

Terwijl de Tweede Wereldoorlog in Europa in volle hevigheid woedde, veranderde Groot-Brittannië in een gigantische militaire uitvalsbasis. Vanuit alle delen van het Britse vasteland werden manschappen, voertuigen, tanks, vliegtuigen, munitie en enorme hoeveelheden voorraden aangevoerd. Het land maakte zich op voor een van de grootste militaire operaties uit de geschiedenis: de geallieerde invasie van Normandië.

Op de avond van 5 juni 1944 heerste er gespannen stilte in het geallieerde hoofdkwartier in Southwick House, nabij Portsmouth in Zuid-Engeland. Generaal Dwight D. Eisenhower, opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten, nam daar na overleg met zijn commandanten en meteorologen het beslissende besluit: de invasie in Normandië zou doorgaan. Het weer boven Het Kanaal was onzeker, maar een korte verbetering bood voldoende kans om de enorme operatie te starten. In havens langs de zuidkust lagen duizenden schepen klaar, terwijl Amerikaanse, Britse, Canadese en andere geallieerde militairen wachtten op het vertreksein. De daaropvolgende ochtend begon Operatie Overlord, beter bekend als D-Day: de grootste amfibische landing in de geschiedenis en een keerpunt in de bevrijding van West-Europa.

Engeland als militair hoofdkwartier

Na de Duitse bezetting van grote delen van West-Europa was Groot-Brittannië de belangrijkste uitvalsbasis geworden voor de geallieerde strijdkrachten. Amerikaanse, Britse, Canadese en andere geallieerde eenheden werden naar Engeland overgebracht.

Vooral Zuid-Engeland veranderde in een enorm militair kampement. In graafschappen zoals Hampshire, Dorset, Devon, Sussex en Kent verschenen overal legerkampen, opslagplaatsen, tentenkampen en militaire oefenterreinen.

Dorpen en steden kregen te maken met een enorme toestroom van buitenlandse militairen. Op wegen en spoorlijnen was het een komen en gaan van militaire colonnes, goederentreinen en transportvoertuigen.

Een gigantische logistieke operatie

De voorbereiding op D-Day vereiste een ongekende hoeveelheid materieel en voorraden. Duizenden tanks, vrachtwagens, jeeps, geschutsstukken en andere militaire voertuigen werden verzameld en klaargemaakt voor transport naar Frankrijk.

Havens zoals Portsmouth, Southampton, Plymouth en andere Britse havens speelden een belangrijke rol bij de aanvoer en opslag van oorlogsmaterieel.

Op uitgestrekte terreinen werden voertuigen opgesteld, tanks gecontroleerd en landingsvaartuigen gereedgemaakt. Munitie, brandstof, voedsel, medische benodigdheden en reserveonderdelen werden opgeslagen in enorme depots.

Ook het spoorwegnet werd intensief gebruikt om troepen en materieel naar de inschepingshavens te vervoeren.

Een leger verzamelt zich

In de maanden voorafgaand aan D-Day kwamen honderdduizenden geallieerde militairen bijeen in Engeland. Amerikaanse soldaten vormden een steeds groter deel van deze troepenmacht. Daarnaast waren er grote aantallen Britse en Canadese militairen, aangevuld met militairen uit andere geallieerde landen.

De militairen verbleven in kazernes, tentenkampen, tijdelijke legerbarakken en gevorderde gebouwen.

Er werd intensief geoefend. Infanteristen trainden voor landingen op vijandelijke stranden, tankbemanningen oefenden met hun voertuigen en genie-eenheden bereidden zich voor op het opruimen van obstakels en het aanleggen van doorgangen.

Ook de luchtmacht speelde een onmisbare rol. Vanuit talloze vliegvelden stegen geallieerde bommenwerpers, jachtvliegtuigen en transportvliegtuigen op. De luchtoverwicht moest worden veiliggesteld voordat de invasie kon beginnen.

De geheime voorbereiding van D-Day

De voorbereidingen vonden grotendeels plaats onder strenge geheimhouding. De geallieerden wilden voorkomen dat de Duitsers ontdekten waar en wanneer de invasie zou plaatsvinden.

Onder de codenaam Operatie Fortitude werd daarom een grootschalig misleidingsplan uitgevoerd. De Duitsers moesten geloven dat de belangrijkste invasie mogelijk bij Pas-de-Calais zou plaatsvinden, terwijl de werkelijke aanval in Normandië zou worden uitgevoerd.

In Zuid-Engeland werden troepenbewegingen en militaire voorbereidingen zorgvuldig gepland. De kustgebieden en havens werden bewaakt en de militairen kregen uitgebreide instructies over hun toekomstige taken.

6 juni 1944 – De invasie begint

Zonder de enorme Britse voorbereidingen zou Operatie Overlord, de geallieerde invasie van Normandië, nauwelijks uitvoerbaar zijn geweest.

Engeland was in 1944 veel meer dan alleen een bondgenootschappelijk grondgebied. Het was een gigantisch militair arsenaal, een logistiek centrum en het verzamelpunt van de strijdkrachten die Europa moesten bevrijden.

De duizenden legerkampen, vliegvelden, havens, opslagplaatsen en oefenterreinen vormden samen de basis voor de invasie.

De voorbereidingen die in Engeland plaatsvonden, zouden uiteindelijk bijdragen aan de bevrijding van Frankrijk, België en Nederland en aan de uiteindelijke nederlaag van nazi-Duitsland.

Een inspecteur van het korps Ordonnance die een armband draagt met de vermelding "ORD" inspecteert het karwei om deze Sherman tank waterdicht te maken, gedaan door de bemanning van de tank. Van bijzonder belang lijkt te zijn het soort waterwerende bekleding rond het kanon en de opening aan de voorkant voor de bestuurder. Deze techniek is niet te zien op andere foto's die gemaakt zijn op D-day, wat er op kan duiden dat dit een experiment is op vast te stellen welke methode het beste is om een tank waterdicht te maken.

Speciale afdichting kits waren beschikbaar voor luchtgekoelde voertuigen. De M7 Priest rijdend kanon was aan de bovenkant open en had dus een hogere wand van metalen platen nodig, zodat er geen water in het compartiment van de bemanning kon lopen. De M-4 Sherman tank kon zeven meter onder water gaan indien alle openingen werden afgedicht en luchtinlaten werden geïnstalleerd

Tanks hadden grote luchtopeningen aan de achterkant. Daarom was het nodig om grote metalen ventilatoren te plaatsen voor de luchtinlaat en de uitlaat. Deze ventilatoren moesten het doorspijpelen van water in het motorcompartiment voorkomen. Eenmaal aan land konden deze ventilatoren door de tankbemanning snel worden verwijderd.

Het waterdicht maken was de verantwoordelijkheid van de eenheid monteurs en bestuurders. Zij waren getraind op een speciale school van het Korps Ordonnance. Dat was veel goedkoper om  enkele uren zorgvuldig alle openingen dicht te maken dan te betalen voor een compleet nieuw voertuig. Deze mannen hebben een luchtinlaatkanaal bevestigd en de motor van deze vrachtwagen waterdicht gemaakt.

De M8 affuit was een lichte Stuart tank uitgerust met een korte 75mm houwitser. Totdat een haven werd veroverd moest elk voertuig bestemd voor Frankrijk waterdicht worden gemaakt zodat het de kust kon bereiken op een diepte van tenminste drie meter.

Deze 105mm houwitser is grondig waterdicht gemaakt voor haar landing op Omaha Beach. Het is een wapen van de 32ste Veld Artillerie en heeft de strijd namen 'Troina' en 'Oran "geschilderd op het pantserschild. De bemanning heeft belangrijke onderdelen in een waterdicht materiaal van asbest verpakt. Dit alles moet eerst worden verwijderd alvorens het kanon gereed is om te vuren. Te zien is het embleem van de 1st Division insignation op de helm van de man die bezig is met het inpakken.

Aan de vooravond van D-Day, de geallieerde landing in Normandië op 6 juni 1944, speelde het testen van voertuigen in water een belangrijke rol in de voorbereiding. De geallieerden oefenden langs de Britse kust met amfibische voertuigen en landingsvaartuigen die manschappen, materieel en bevoorrading vanaf zee naar de stranden moesten brengen. Vooral de zogenoemde DD-tanks (Duplex Drive) kregen veel aandacht: deze aangepaste Sherman-tanks waren voorzien van een waterdicht drijfscherm en twee propellers, zodat zij korte afstanden door zee konden varen. Ook DUKW-amfibievoertuigen en landingsvaartuigen werden beproefd onder omstandigheden die leken op wind, golven en getijden bij de Normandische kust. De oefeningen maakten duidelijk dat de inzet riskant bleef; hoge golven en technische problemen konden voertuigen uitschakelen voordat zij het strand bereikten. Toch waren deze tests essentieel om bemanningen ervaring te laten opdoen, procedures te verbeteren en de kans op een succesvolle landing te vergroten.ccccccccccccccccccccccccccccccc

Deze bekende foto toont een groep van de GI's van de 1ste Divisie die wachten om uit te varen naar Normandi . Het embleem van de divisie was geschilderd om de meeste van hun helmen en enkele van hendroegen het schouderembleem. Ze droegen allen de standaard wollen trui met de M41 veldjas of de winter-gevechtsjas. Op de achtergrond enkele kramen die werden gebruikt om de voorraden te lossen die tijdens de eerste aanvallen zouden worden gebruikt.

Deze foto is genomen in Engeland net voor de invasie. De troepen behoren tot de 1ste divisie. Gepantserde Eenheden, en Engineer speciale brigades.

Militaire uitrusting staat gereed in Engeland. De materialen zijn beschikbaar voor inzet, transport of verdere voorbereiding, afhankelijk van de operationele planning. Het gaat hierbij om onder meer voertuigen, beschermingsmiddelen, communicatiemiddelen en logistieke voorraden. De uitrusting wordt gecontroleerd en onderhouden om ervoor te zorgen dat deze veilig en direct inzetbaar blijft.

Amerikaanse en Britse tanks zijn in de straten van Southampton te zien, terwijl inwoners hun dagelijkse bezigheden voortzetten. Het militaire materieel maakt deel uit van een geplande verplaatsing of oefening en trekt de aandacht van voorbijgangers, maar het openbare leven in de stad gaat grotendeels gewoon door. Bewoners reizen naar hun werk, doen boodschappen en bezoeken scholen en voorzieningen, terwijl de voertuigen onder begeleiding door de stad rijden.

Verbroedering tussen de burgerbevolking en de Amerikaanse soldaten. De soldaten zijn er tijdelijk, maar de bevolking vreest dat hun komst het Verenigd Koninkrijk voor altijd zal veranderen.

De veldartillerie is twee dagen vóór D-Day gereed om haar taak uit te voeren. Materieel, munitie en personeel worden gecontroleerd en op de aangewezen posities voorbereid. Daarmee kan de artillerie tijdig ondersteuning bieden aan de operaties die op D-Day plaatsvinden.

De Sherman-tank is een herkenbaar symbool van de geallieerde strijdkrachten tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Invasion City benadrukken deze tanks de schaal en intensiteit van een stedelijke invasie: ze combineren mobiliteit, vuurkracht en bescherming in een omgeving waar straten, gebouwen en obstakels de strijd bepalen. Historisch gezien was de M4 Sherman de meest gebruikte Amerikaanse middelzware tank van de oorlog. Hoewel hij niet altijd opgewassen was tegen de zwaarste Duitse tanks, maakte zijn betrouwbaarheid en grote productieaantal hem tot een belangrijk voertuig voor de geallieerden.

De Pluto-pijpleiding onder de oceaan verwijst meestal naar PLUTO (Pipe-Lines Under The Ocean), een belangrijk Brits project uit de Tweede Wereldoorlog. Nadat de geallieerden in 1944 in Normandië waren geland, was een betrouwbare aanvoer van brandstof essentieel. Tankers en brandstofdepots waren kwetsbaar voor aanvallen, daarom werden geheime pijpleidingen aangelegd over de bodem van Het Kanaal, tussen Engeland en Frankrijk. Via deze leidingen stroomde benzine naar de geallieerde troepen op het Europese vasteland. Het project was technisch bijzonder uitdagend: de pijpen moesten bestand zijn tegen zeewater, stroming en beschadiging, en werden deels vanaf speciale schepen uitgerold. Hoewel PLUTO niet de enige bron van brandstof was, leverde het systeem een waardevolle bijdrage aan de bevoorrading tijdens de opmars in West-Europa en geldt het als een vroeg voorbeeld van grootschalige energie-infrastructuur onder zee.

In dit invasiejaar werd Londen getroffen door Hitlers geheime wapens: de V-1, ook wel de Doodlebug genoemd, en de V-2. De V-1 was een onbemand vliegend projectiel dat een karakteristiek brommend geluid maakte voordat de motor stilviel en het toestel neerstortte. De V-2 was een ballistische raket die met grote snelheid insloeg, zonder voorafgaande waarschuwing. Beide wapens veroorzaakten grote schade, veel slachtoffers en voortdurende angst onder de Londense bevolking.

Tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog werd Londen zwaar getroffen door Duitse V-wapens: de V-1-vliegende bom en later de V-2-raket. De V-1, die vanaf juni 1944 werd ingezet, was een onbemand projectiel met een pulserende motor. Wanneer het kenmerkende motorgeluid stopte, volgde vaak kort daarna de inslag. Vanaf september 1944 werd Londen ook bestookt met de V-2, de eerste ballistische raket ter wereld. Deze raket vloog sneller dan het geluid en kon daardoor niet vooraf worden gehoord of onderschept. De aanvallen veroorzaakten grote schade aan woningen, infrastructuur en openbare gebouwen en kostten duizenden mensen het leven. Hoewel de wapens militair geen beslissende invloed meer hadden op de oorlog, hadden zij een grote psychologische impact op de Londense bevolking.