Op zaterdag 24 augustus 2024 deelgenomen aan een jeeptour met de schrijver van het boek Poolse strijders over de Hondsrug, Harold de Jong. In dit boek werpt de auteur een licht op een vaak onderbelicht aspect van de Tweede Wereldoorlog: de heldhaftige inzet van de 1e Poolse Pantserdivisie onder leiding van Generaal Maczek, en haar cruciale rol bij de bevrijding van Noordoost Nederland.
In april 1945 speelde de 1e Poolse Pantserdivisie, onder leiding van generaal Stanisław Maczek, een belangrijke rol bij de bevrijding van Stadskanaal op 12 april 1945. De divisie maakte deel uit van de geallieerde strijdkrachten die vanuit het oosten en noorden oprukten om Nederland te bevrijden van de Duitse bezetting. Poolse militairen trokken de regio binnen, verdreven de Duitse troepen en brachten daarmee na vijf bezettingsjaren vrijheid voor de inwoners van Stadskanaal. De bevrijding herinnert aan de moed en vastberadenheid van de Poolse soldaten, die voor de vrijheid van Nederland vochten terwijl hun eigen land nog niet bevrijd was. Hun inzet blijft een belangrijk onderdeel van de lokale geschiedenis en van de blijvende band tussen Stadskanaal en Polen.
Naar aanleiding van zijn boek heeft de schrijver Harold de Jong een tweetal jeeptours
georganiseerd. De eerste volgde de voetsporen van de Poolse soldaten van de 1e Poolse Pantserdivisie tijdens de opmars tesamen met het Canadese 2e Legerkorps. Aan die tour kon ik helaas niet deelnemen. Vandaag ben ik er gelukkig wel bij en vervolgen we met een viertal Willys Jeeps uit de Tweede Wereldoorlog de voetsporen van de Polen die ondersteund worden door Belgen van de SAS (Special Air Service). Deze Belgen van deze speciale eenheid begonnen hun strijd tijdens hun landingen in de nacht van 7 op 8 april 1945 in de provincie Drenthe tijdens operatie Amherst
Het doel van de Poolse opmars was het bereiken van de Dollard. Vaak wordt gedacht dat de Polen oprukten in de flank van de Canadese opmars, maar onze gids gaf aan dat de Polen tussen de Canadese eenheden oprukten in Noord-Nederland. De Canadese troepen speelden een cruciale rol in de bevrijding van Oost- en Noord-Nederland. Hun opmars begon eind maart 1945 en leidde uiteindelijk tot de bevrijding van steden zoals Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Een belangrijk strategisch doel was om de Duitse troepen terug te dringen en de flank van het hoofdleger te beveiligen, dat door Duitsland naar de Elbe oprukte. De bevrijding van West-Nederland had minder prioriteit vanwege de zware Duitse verdediging en de logistieke uitdagingen die het gebied met zich meebracht. Tijdens de opmars in Noord-Nederland speelde de 5th (Belgian) Special Air Service (SAS) Regiment een belangrijke rol. Deze elite-eenheid, bestaande uit Belgische vrijwilligers, voerde verkennings- en sabotageoperaties uit in de regio. De Belgische soldaten van de SAS begonnen hun strijd in Noord-Nederland tijdens operatie Amherst.
Operatie Amherst was een belangrijke geallieerde militaire operatie tijdens de Tweede Wereldoorlog, uitgevoerd op 7 en 8 april 1945. Deze operatie was gericht op de bevrijding van Drenthe en de voorbereiding van de aanval op Groningen door Canadese troepen. Tijdens Operatie Amherst werden ongeveer 700 Franse en Britse parachutisten van de Special Air Service (SAS) gedropt in Drenthe. Hun missie was om strategische punten zoals bruggen en verkeersknooppunten veilig te stellen, zodat de Canadese troepen sneller konden oprukken. Ondanks slechte weersomstandigheden en verspreide landingen, slaagden de parachutisten erin om belangrijke doelen te bereiken en de Duitse verdediging te verstoren. Tijdens deze tour volgen we de sporen van zowel de oprukkende Polen als de ondersteunende Belgen van de SAS in Oost-Groningen
Harold de Jong heeft een boek geschreven over de Franse parachutisten in Drenthe tijdens
Operatie Amherst. Het boek heet “ Franse Para’s in Drenthe” en biedt een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen, inclusief persoonlijke verhalen en historische context.
Het boek is een waardevolle bron voor iedereen die meer wil weten over deze specifieke operatie en de rol van de Franse parachutisten in de bevrijding van Nederland.
Onze gids Harold de Jong in zijn Willys Jeep
Tour in Willys Jeeps: een rijdend museum
Deze tour maken we in originele Willys Jeeps uit de Tweede Wereldoorlog. De voertuigen worden met veel zorg onderhouden door echte liefhebbers, zodat hun historische karakter behouden blijft. Stap in en ervaar hoe het is om in een stukje levende geschiedenis te rijden: robuust, authentiek en onvergetelijk. Bij ons vertrekpunt bij McDonald in Veendam maakte ik van deze jeeps een fotoreportage.
De Willys Jeep – officieel de Willys MB – was het iconische lichte terreinvoertuig van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog. Het voertuig werd beroemd door zijn eenvoud, betrouwbaarheid en het vermogen om letterlijk overal te komen.
🚙 Kernbeschrijving
De Willys Jeep was een 1/4‑ton 4×4 verkenningsvoertuig, ontwikkeld in 1940 op verzoek van het Amerikaanse leger. Hij had een 2,2‑liter viercilinder “Go‑Devil” motor van ongeveer 60 pk, een 3‑versnellingsbak en een twee‑standen tussenbak voor echte terreinvaardigheid. Het ontwerp was puur functioneel: een stalen ladderchassis, rechte carrosseriedelen, opklapbare voorruit, en bevestigingspunten voor een jerrycan, schop en bijl.
🛠 Ontstaan en productie
-
In 1940 vroeg het Amerikaanse leger aan 135 fabrikanten om een licht 4×4‑voertuig te ontwerpen.
-
Prototypes kwamen van Bantam, Willys‑Overland en Ford.
-
Uiteindelijk bouwden Willys en Ford samen meer dan 640.000 Jeeps tussen 1941 en 1945.
-
De naam “Jeep” komt waarschijnlijk van GP (General Purpose) of van het Popeye‑figuurtje Eugene the Jeep.
Generaal Eisenhower noemde de Jeep zelfs één van de drie belangrijkste instrumenten voor de geallieerde overwinning – naast de C‑47 en de LST‑landingsschepen.
⚙️ Techniek en eigenschappen
-
Motor: 2.2 L L‑134 “Go‑Devil” viercilinder
-
Vermogen: ca. 60 pk
-
Aandrijving: part‑time 4×4 met lage gearing
-
Gewicht: ca. 1.040 kg
-
Wielbasis: 80 inch (2032 mm)
-
Carrosserie: stalen body, eenvoudig te repareren
-
Bijzonderheden: opklapbare voorruit, blackout‑verlichting, externe gereedschapsbevestiging
Deze combinatie maakte de Jeep licht, wendbaar, robuust en gemakkelijk te onderhouden – ideaal voor frontomstandigheden.
🌍 Rol in de oorlog
De Jeep werd ingezet als:
-
verkenningsvoertuig
-
commandowagen
-
ambulance
-
trekvoertuig
-
verbindingsvoertuig
-
transport voor manschappen en materiaal
Door zijn betrouwbaarheid en massaproductie kon hij in alle fronten worden ingezet: Europa, Afrika, Azië en de Pacific.
Generaal Patton noemde de Jeep zelfs “America’s greatest contribution to modern warfare”.
🧭 Na de oorlog
Na 1945 kwam de CJ‑serie (Civilian Jeep) op de markt, gebaseerd op de Willys MB. Dit werd de basis voor alle latere Jeep‑modellen en inspireerde zelfs de eerste Land Rover.
📌 Samengevat
De Willys Jeep is een militair icoon: eenvoudig, onverwoestbaar, overal inzetbaar en een sleutel tot de geallieerde overwinning. Zijn ontwerp vormde de blauwdruk voor alle moderne terreinwagens.
De SAS Jeep
De typische Belgische jeeps van de SAS met de Franse parachutisten bij de boerderij van Pol in Orvelte tijdens operatie
Amherst in Drenthe.
SAS-jeep bij de sluis in Orvelte
Een grote actie waar veel Jeeps van de SAS werden ingezet, was tijdens Operation Amherst. Op 28 maart 1945 werd een plan voorgelegd door brigadegeneraal Michael 'Mad Mike' Calvert, dan commandant van de SAS, om de Canadese troepen te helpen uitbreken naar het noorden van Nederland. Met de inzet van de Belgische parachutisten van de SAS tijdens operatie Amherst verscheen ook de SAS jeep op het strijdtoneel in Noord-Nederland. De Belgen die de Polen ondersteunden in Oost-Groningen reden ook in deze SAS jeeps. De SAS Jeep, gebruikt door de Britse Special Air Service (SAS) tijdens de Tweede Wereldoorlog, is behoorlijk legendarisch. Deze jeeps werden zwaar aangepast voor oorlogvoering in de woestijn, met name in Noord-Afrika. Ze werden uitgerust met meerdere machinegeweren, extra brandstoftanks en andere aanpassingen om hun gevechtseffectiviteit en bereik te vergroten.
De SAS gebruikte deze jeeps om verrassingsaanvallen uit te voeren op vliegvelden van de As, vliegtuigen en voorraden te
vernietigen en dan snel weer te verdwijnen in de woestijn12. Deze hit-and-run tactiek was zeer effectief en droeg
aanzienlijk bij aan de geallieerde oorlogsinspanning.
Het Belgian 5th SAS Regiment (voorheen de Belgian Independent Parachute Company) speelde in april 1945 een cruciale rol bij de bevrijding van Noord-Nederland, met name in Drenthe en Groningen.
Achtergrond en Inzet
- De Eenheid: Het eskadron stond onder leiding van kolonel Eddy Blondeel (bekend onder zijn schuilnaam Captain Blunt). De eenheid bestond uit goed getrainde Belgische vrijwilligers.
- Materieel: In tegenstelling tot de Franse SAS-eenheden die tijdens Operatie Amherst voornamelijk te voet opereerden, beschikten de Belgen over een aanzienlijke mobiele kracht van ongeveer honderd voertuigen, waaronder zwaarbewapende jeeps.
- Taak: Als verkenners verbonden aan het Canadese leger trokken zij diep de vijandelijke linie in om de opmars van de geallieerden te ondersteunen, bruggen te beschermen en de aftocht van de bezetter te verhinderen.
Belangrijke Gebeurtenissen in het Noorden
- Coevorden en Drenthe: Op 7 april 1945 stak het Belgische SAS-regiment bij Coevorden de Nederlandse grens over. Van daaruit patrouilleerden en vochten ze in de regio, en speelden ze op 10 en 11 april een beslissende rol bij de bevrijding van onder meer Hoogeveen (samen met de Canadese XII Manitoba Dragoons).
- Groningen: Onder de noemer Operation Larkswood rukten de Belgische para's verder op naar Oost-Groningen en de stad Groningen.
- Herdenking: Er zijn diverse monumenten in Noord-Nederland die herinneren aan hun inzet en de gevallenen, zoals het monument in Finsterwolde en een gedenkteken in Veele.
- Meer informatie: Meer informatie over de SAS in Noord-Nederland tijdens operatie Larkswood op battlefieldtours.nu
Bespreekpunt 1: Brug zuid van Onstwedde (bevolking bouwt brug)
Op 13 april 1945 trokken Poolse verkenners vanuit Onstwedde richting Alteveer en raakten in gevecht met Duitse
troepen. Uiteindelijk slaagden de Poolse strijders erin om Alteveer te bevrijden.
De Poolse soldaten werden door de inwoners van Onstwedde geholpen, bijvoorbeeld door strobalen in het kanaal te gooien
zodat de opmars van de bevrijders kon worden voortgezet. Dit soort samenwerking tussen de lokale bevolking en de
bevrijders was cruciaal voor het succes van de operaties. Die strobalen vormden de basis van de brug die in eerste
instantie snel werd gelegd door de Poolse genie, die met de eenheden optrok. Korte tijd later werd een definitieve noodbrug
gelegd waardoor de geallieerde opmars in het noorden voortgang kon vinden.
Bespreekpunt 2: rand van Tange/Alteveer (graf Poolse soldaat Grabowski)
We staan hier voor de boerderij aan de rand van Tange-Alteveer, op de plek waar op 13 april 1945 het gevecht plaats vond waarbij negen Duitsers sneuvelden en de Poolse soldaat Grabowski.
Het gevecht bij Tange-Alteveer vond plaats op 13 april 1945. Poolse troepen van de Eerste Poolse Pantserdivisie, onder leiding van generaal Stanislaw Maczek, stuitten op Duitse soldaten van het Marinefestungsbataillon 359.
Toen de Poolse troepen het dorp bereikten, openden de Duitsers het vuur. De Polen trokken zich aanvankelijk terug, maar keerden later terug met artillerieondersteuning. Tijdens de gevechten sneuvelde de Poolse militair Bernard Grabowski, en twee dorpsbewoners kwamen om door granaatscherven. Uiteindelijk wisten de Poolse troepen de Duitsers te verslaan, waarbij negen Duitse soldaten sneuvelden en de rest zich overgaf.
Onze jeeps staan opgesteld voor de boerderij aan de rand van Tange-Alteveer, waar het gevecht plaats vond met de Duitse
soldaten van het Marinefestungsbataillon 359.
Niet alles verliep vlekkeloos tijdens deze jeeptour. Eén van de jeeps vertoonde mankementen in de benzineleiding,
waardoor de motorkap verschillende keren omhoog moest om het euvel te verhelpen.
We staan hier bij het graf van de Poolse soldaat Grbowski. Geboren op 15-12-1918 te Krzywka p. Grudziadz in Polen. Hij had het legernummer 60466 en hij behoorde bij de 1e Poolse Pantserdivisie. Hij is gesneuveld op 13-4-1945 bij de boerderij te Tange waar we uitleg kregen over de strijd aldaar. De juiste doodsoorzaak is niet helemaal bekend. Er wordt gezegd, dat hij door een Duitse soldaat, die zich had overgegeven, door een handgranaat is gedood. De Duitse soldaat is daarop door de Polen gedood. Achter het graf bevindt zich een greppel waarin de lijken van de Duitse soldaten waren begraven. Na de oorlog werden de resten van de Duitse soldaten overgebracht naar de Duitse begraafplaats in Ysselstein. De Poolse soldaat Grabowski werd ter plaatse begraven en kreed kort na de oorlog dit grafmonument.
Bespreekpunt 3: Rolinbrug bij Veele (gevecht door de Belgen)
De Rolinbrug in Veele heeft een belangrijke historische betekenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, op 12 april 1945, werd Veele bevrijd door Belgische troepen. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. De Duitsers hadden de brug over het Mussel Aa kanaal opgeblazen om de opmars van de bevrijders te vertragen.
Tijdens de gevechten kwamen drie jonge Belgische militairen, tien Duitse soldaten en een baby uit Veele om het leven. Veertien boerderijen, woningen en schuren gingen in vlammen op. De herstelde brug werd later genoemd naar de 21 jarige Belgische sergeant Philippe Rolin, die sneuvelde tijdens de bevrijding.
Elk jaar wordt er een herdenking gehouden om de gesneuvelden te eren bij de Rolin brug in Veele
Onze gids vertelt bij de straatnaambord Kolonel Blondeelweg nabij de Rolinbrug wat zich hier
heeft afgespeeld. Op 12 april 1945 trok een eenheid bevrijders, onder leiding van kolonel Blondeel (de weg aan de noordkant van het kanaal is naar hem vernoemd) op naar de brug. Drie jonge Belgische militairen, tien Duitse soldaten en een baby uit Veele kwamen bij de gevechten om. Veertien boerderijen, woningen en schuren gingen in vlammen op. De brug ging voor de tweede keer in de oorlog de lucht in. De herstelde brug is genoemd naar de 21-jarige Belgische sergeant Philippe Rolin. Hij was één van de drie geallieerde gesneuvelden. Bij de Rolinbrug staat een monument
Rond het begin van de 20e eeuw werden verschillende kanalen gegraven in de regio Westerwolde, waaronder het Mussel Aa-kanaal en het Ruiten Aa-kanaal. Deze kanalen waren essentieel voor de afwatering en scheepvaart in het gebied.
Het sluisje in Veele speelde een belangrijke rol in de waterhuishouding en scheepvaartverbindingen van de regio. Hoewel veel van deze sluizen en kanalen tegenwoordig niet meer voor commerciële scheepvaart worden gebruikt, zijn ze nog steeds zichtbaar en hebben ze historische waarde.
Nabij de Rolinbrug ligt nog het vroegere bruggetje van de Veelersluis als herinnering aan die tijd.
We staan hier bij de Rolinbrug bij Veele. In 1945, in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog, was de omgeving van Veele in Oost-Groningen van groot belang voor de opmars van de geallieerden. Bruggen en wegen waren essentieel voor het verplaatsen van militairen, voertuigen en voorraden. De Rolinbrug bij Veele herinnert aan deze roerige periode, waarin beschadigde of vernielde verbindingen vaak snel moesten worden hersteld of vervangen. Voor de inwoners van Veele stond de brug niet alleen voor een praktische verbinding, maar ook voor de overgang van bezetting naar bevrijding en wederopbouw.
Bespreekpunt 4: Monument bij de Rolinbrug in Veele
Het monument bij de Rolinbrug in Veele is een gedenksteen ter nagedachtenis aan drie Belgische parachutisten die op 12
april 1945 zijn gesneuveld tijdens de bevrijding van Veele. De parachutisten waren onderdeel van het Belgische SAS
Regiment en sneuvelden vlakbij de brug over het Mussel Aa-kanaal.
De brug zelf is vernoemd naar sergeant Philippe Rolin, een van de gesneuvelde parachutisten. Het monument is gemaakt
van de brokstukken van de oorspronkelijke brug die tijdens de oorlog werd verwoest.
Bespreekpunt 5: Winschoter Hogebrug (gevecht en inzet vliegtuigen)
In april 1945, tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog, was de Hogebrug
in Winschoten een belangrijke locatie in de strijd om de bevrijding van de stad. Op 12
april 1945 begonnen de gevechten toen Poolse tanks de stad naderden. De Duitsers
hadden licht geschut opgesteld bij de Hogebrug. Daarnaast werden granaten afgevuurd
vanaf batterij Fiemel bij Termunten. Deze vormden daar een front dat de geallieerden
twee dagen zou ophouden.
Er vonden hevige artillerieduels plaats, waarbij granaten over Winschoten vlogen en
verschillende huizen werden getroffen. De gevechten duurden voort tot 14 april, toen de
Duitsers zich uiteindelijk terugtrokken en de stad werd bevrijd. Onze gids merkte op dat
in de plaats Winschoten zelf niet werd gevochten. De strijd werd beslist bij de
Hogebrug waarna de Polen en de Belgen de plaats binnentrokken. Tijdens deze twee dagen van strijd leverde de geallieerde jachtbommenwerper Hawker Typhoon
luchtondersteuning.
De Hawker Typhoon was een jachtbommenwerper in dienst bij de Britse Royal Air Force (RAF) tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het vliegtuig werd ontworpen door Sydney Camm en was bedoeld als opvolger van de Hawker Hurricane.
Bij Winschoten is er een bekend incident met een Hawker Typhoon. Op 28 september 1944 werd een Typhoon neergeschoten in de buurt van Winschoten. De piloot, Jean-Noël Vandaele, kwam hierbij om het leven. Dit vliegtuig was een van de vele die tijdens de oorlog in Nederland neerstortten.
Dit vliegtuig werd ook ingezet in de aprildagen van 1945 bij de Hogebrug in Winschoten om vuurondersteuning te bieden voor de Polen en de Belgen die daar twee dagen lang aanliepen tegen de Duitse verdedigingslinie, alvorens ze Winschoten konden bevrijden
Winschoten werd op 13 april 1945 bevrijd van de Duitse bezetting. De bevrijding vond plaats in de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog, toen geallieerde troepen Noord-Nederland binnentrokken. Poolse militairen van de 1e Poolse Pantserdivisie, onder leiding van generaal Stanisław Maczek, speelden hierbij een belangrijke rol. Voor de inwoners betekende de bevrijding het einde van vijf jaren van oorlog, onzekerheid en onderdrukking. Hoewel de vreugde groot was, bleef de oorlog in andere delen van Nederland en Europa nog korte tijd voortduren. De bevrijding van Winschoten wordt jaarlijks herdacht als een belangrijk moment in de geschiedenis van de stad.
Bespreekpunt 6: Belgisch monument in Finsterwolde
Het Belgische monument in Finsterwolde is een vrijheidsmonument dat herinnert aan de bevrijding van het dorp in april 1945 door het Belgische Regiment Parachutisten S.A.S. Het monument bestaat uit een bronzen beeldengroep van drie figuren: een man en een vrouw die samen een kind optillen, waarbij het kind een duif vrijlaat. Voor het beeld staat een vierkante rode steen met het embleem van het Belgische Regiment Parachutisten onder een glasplaat. Op de steen is een plaquette ingemetseld met de tekst: "IN APRIL 1945 SNEUVELDEN HIER VOOR ONZE BEVRIJDING J. WATHELET D. DEVIGNEZ VAN HET BELGISCHE REGIMENT PARACHUTISTEN S.A.S. PELGRIMS VOOR VRIJHEID EN VREDE". Dit monument staat nabij het dorpshuis ‘De Pyramide’, op de hoek van de Hoofdweg en Dorpshuisweg in Finsterwolde
Bespreekpunt 7: Batterij Fiemel te Termunten
De Batterij Fiemel, ook bekend als de Marine Flak Batterie Termunten, was een belangrijk verdedigingswerk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze batterij maakte deel uit van de Atlantikwall en was uitgerust met vier 128 mm luchtafweerkanonnen.
In april 1945, tijdens de bevrijding door de Canadezen, werden de kanonnen van de Batterij Fiemel landinwaarts gericht om de oprukkende troepen te bestrijden. Dit leidde tot zware gevechten en veel slachtoffers voordat de bevrijding een feit was.
De Duitse soldaten die de batterij bemanden, slaagden er uiteindelijk in om op 1 mei 1945 naar Emden te ontsnappen.
Tijdens ons bezoek aan batterij Fiemel moest de motor van één der jeeps even afkoelen