HET OFFER VAN ALBERT WILLINGHAM

Door Robert Voskuil

Dit is het verhaal over een gezin dat door de speling van het lot terecht kwam in de bloedige strijd in september 1944 in
Oosterbeek, en het offer van een Britse parachutist. De verkeersbrug in Amhem, het hoofddoel van de luchtlandingsoperatie, werd op 17 september 1944 slechts door zo'n 700 man van de Ist British Arborne Division bereikt. De rest van de divisie wist door zware Duitse tegenstand de brug niet te bereiken, waardoor die na enkele dagen weer in
Duitse handen Viel. De andere eenheden kregen het bevel om terug te trekken in het dorp Oosterbeek en daar een hoefijzervormig bruggenhoofd (de 'Perimeter') te vormen . De Slag om Arnhem werd de Slag om Oosterbeek.
Het gezin Voskuil bestond in september 1944 uit Jan Voskuil (38), Bertha (Bertie) Voskuil-Van Medenbach de Rooij (34) en 

hun zoon Henri Voskuil Hun tweede zoon Paul was tot hun grote verdriet in 1943 op driejarige leeftijd door ziekte overleden. Het gezin woonde sinds 1940 in het dorp Geldermalsen in de Betuwe, waar Jan Voskuil werkzaam was als chemisch ingenieur bij de keramische industrie.

Begin september 1944 werd Jan Voskuil door de lokale Ondergrondse ingelicht dat hij zo snel mogelijk moest vluchten, omdat de Duitsers op het punt stonden hem te arresteren om hem als gijzelaar te gebruiken. Jan en Bertje besloten om onmiddellijk met Henri per trein naar Oosterbeek te reizen en daar onder te duiken bij de familie Van Medenbach de Rooij, de ouders van Bertje.
Die woonden in het centrum van het dorp in een groot huis aan de Annastraat (nummer 5), vlak bij de Utrechtseweg. Bij aankomst stelde de oude heer Van Medenbach voor dat ze voorlopig maar op de Annastraat moesten blijven en niet verder moesten vluchten. De Duitsers waren aan het terugtrekken en de wegen waren vol met verkeer richting Duitsland. Hij was ervan overtuigd 'dat de oorlog toch spoedig voorbij zou Zijn en dat er in het rustige Oosterbeek zeker niets zou gebeuren. Op 17 september 1944 en de daaropvolgende dapen zou deze voorspelling op dramatische wijze worden gelogenstraft.

De operatie begon met bombardementen en beschietingen van (vermeende) Duitse
doelen in Arnhem, Velp en VVOlfheze. Op deze luchtfoto Van Wolfheze Zijn de rookwol-
ken zichtbaar van de branden in het dorp, het blindeninstituut en de psychiatrische
inrichting die daarvan het gevolg waren. Ten zuidwesten een deel van landingszone
te Zien , waarop een groot aantal zweefvliegtuigen is geland.

Zondagochtend 17 september

Het was prachtig weer. Plotseling werd de rust In het dorp verstoord door grote aantallen Geallieerde vliegtuigen, die bombardementen en beschietingen uitvoerden op verschillende plaatsen in en om Arnhem. Onder andere de Arnhemse kazernes en de Psychiatrische inrichting in Wolfheze werden zwaar getroffen. Bertie keek tijdens de beschietingen uit het raam en zag jachtvliegtuigen laag overvliegen. Die vuurden met hun boordwapens en door het gebruik van lichtspoormunitie leek het volgens
Bertie net alsof ze twee brandende lantarens onder de vleugels hadden hangen. Omdat in Oosterbeek het gerucht ging dat de Duitse Generalfeldmarschall Walter Model zijn hoofdkwartier in Hotel de Tafelberg had, ging Jan Voskuil er van uit dat dit hotel ook een doel voor bombardementen zou zijn. Hij had geprobeerd in de buurt van de Tafelberg te komen, maar werd overal terugge-
 daarop verschenen nieuwe golven vliegtuigen waaruit honderden gekleurde parachutes kwamen. De mensen op straat schreeuwden, lachten en klapten van vreugde. Dit was de bevrijding! Later op de middag hoorde Jan Voskuil dat de Britten al bij de Oude Kerk in het Benedendorp van Oosterbeek waren. Ze waren op weg naar de verkeersbrug in Arnhem. Jan liep naar de Utrechtseweg om te kijken of daar al Britse soldaten waren gearriveerd. Dat was niet het geval, maar wel zag hij dat er vrachtwagens uit de richtin Arnhem kwamen. Tot zijn afgrijzen zag gij dat het konvooi bestond uit wagens die waren volgeladen met zwaarbewapende Duitse soldaten in camouflage-uniformen. Op het kruispunt bij Hotel Schoonoord gingen ze rechtsaf de Stationsweg in, in de richting van Station Oosterbeek-Hoog. Dit deel van Oosterbeek was dus nog niet vrij

Links: De ochtend na de landing, maandag
18 september, ging Jan Voskuill naar de
Utrechtseweg. Daar zag hij de eerste
Engelse militairen voorbijkomen in de
richting Arnhem. Ook reden er Jeeps
langs. Op de hoek van de Annastraat
praatte hij met een aantal Britten, die daar
even uitrustten. De soldaten behoorden
tot de South Staffords en werden gefoto-
grafeerd op de plek waar de Annastraat
op de Utrechtseweg uitkomt, enkele tien-
tallen meters te noorden van Annastraat 2
(GA, De Bidder). Linksonder: Zo ziet die
plek er tegenwoordig uit, gezien in weste-
lijke richting. Rechts op de foto het bord
dat de afslag naar de Stationsweg aan-
geeft, richting het Arnhem Oosterbeek
War Cemetery.