Op 16 april 2026 bezochten we het Memory Vrijheidsmuseum in Nijverdal. Het museum vertelt over de bewogen oorlogsjaren in de regio en belicht de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor inwoners van onder meer de Achterhoek en Twente. Daarnaast is er een tentoonstelling over de Duitse vergeldingswapens, de V-1 en V-2. In de omgeving van Nijverdal werden deze raketten aan het einde van de oorlog gelanceerd. De expositie maakt duidelijk welke rol deze wapens speelden en welke ingrijpende gevolgen zij hadden voor de bevolking.
De V-2-raket voor de ingang van het Memory Vrijheidsmuseum in Nijverdal is een indrukwekkende blikvanger. Het museum kreeg in oktober 2025 een replica op ware grootte, van ruim veertien meter lang. De raket herinnert aan de Duitse V2-wapens die tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit de gemeente Hellendoorn werden gelanceerd.
Mijn vrouw staat voor de ingang van het Memory Vrijheidsmuseum, een museum dat bezoekers meeneemt in verhalen over vrijheid, oorlog en de impact daarvan op het dagelijks leven. De entree vormt een passend begin van een bezoek waarin persoonlijke herinneringen en historische gebeurtenissen samenkomen.
Spoedig verschenen bij parken, cafés en andere openbare plaatsen borden die onze Joodse medeburgers nadrukkelijk uitsloten van de samenleving. Deze maatregelen maakten deel uit van de anti-Joodse politiek tijdens de Duitse bezetting en beperkten stap voor stap de vrijheid, bewegingsruimte en deelname aan het openbare leven van Joodse Nederlanders.
De buste van Hitler en de hakenkruisvlag markeren het begin van de tentoonstelling over de duistere periode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze objecten plaatsen bezoekers direct in de context van de nazi-dictatuur en vormen een indringende inleiding op de verhalen over bezetting, vervolging, verzet en bevrijding.
In deze vitrine wordt de indoctrinatie van Duitse kinderen tijdens het nationaalsocialistische bewind uitgebeeld. Via schoolonderwijs, jeugdorganisaties, propaganda en dagelijkse rituelen probeerde de Duitse overheid kinderen al op jonge leeftijd te vormen volgens de ideologie van Adolf Hitler. De Hitlerjugend speelde daarbij een centrale rol: jongens werden voorbereid op een toekomst als soldaat, terwijl meisjes binnen de Bund Deutscher Mädel werden opgeleid voor hun rol als moeder en opvoeder binnen het nazistische ideaal. Deelname werd in de loop van de jaren steeds meer verplicht. De getoonde voorwerpen en beelden laten zien hoe propaganda en opvoeding werden ingezet om loyaliteit, gehoorzaamheid en uitsluiting van anderen te bevorderen.
Deze verzameling foto’s toont Anne Frank, haar ouders Otto en Edith Frank, en haar zus Margot en de andere onderduikers in het Achterhuis. De familie Frank dook vanaf juli 1942 onder in het Achterhuis aan de Prinsengracht in Amsterdam, samen met de familie Van Pels en Fritz Pfeffer.
Deze opstelling toont een barak zoals die er in een concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog uit kon zien. Gevangenen werden er onder zeer slechte omstandigheden ondergebracht: vaak dicht op elkaar, met weinig privacy, onvoldoende verwarming en gebrekkige sanitaire voorzieningen. De barakken stonden symbool voor de ontmenselijking, dwangarbeid en vervolging waaraan miljoenen mensen werden blootgesteld. Een zorgvuldige weergave van zo’n barak helpt om de geschiedenis van de Holocaust en de andere slachtoffers van het naziregime te blijven herinneren.
Zyklon B was een uiterst giftig bestrijdingsmiddel op basis van waterstofcyanide. Het werd oorspronkelijk ontwikkeld voor het verdelgen van ongedierte, maar is vooral bekend door het gebruik ervan door nazi-Duitsland tijdens de Holocaust. In vernietigingskampen, waaronder Auschwitz-Birkenau, werd het middel in gaskamers ingezet voor de massamoord op Joden en andere vervolgde groepen. Zyklon B staat daardoor symbool voor de industriële schaal en systematische wreedheid van de nazi-genocide. Het bespreken van deze geschiedenis is belangrijk voor herdenking, onderwijs en het voorkomen van discriminatie en antisemitisme.
In Nederland werden de Jodensterren tijdens de Duitse bezetting gedrukt bij textielfabriek De Nijverheid in Enschede. De bezetter voerde de draagplicht in april 1942 in: Joden moesten vanaf 3 mei 1942 een gele stoffen ster met het woord ‘Jood’ zichtbaar op hun kleding dragen. De sterren werden vervolgens via de Joodsche Raad verspreid.
Deze door AI gegenereerde afbeelding toont een Joodse moeder met haar zoontje in de context van een concentratiekamp tijdens de Holocaust. Het beeld is een artistieke interpretatie en geen historische foto of weergave van specifieke personen. Bij het tonen of delen van dergelijke beelden is een respectvolle, zorgvuldige context belangrijk, uit eerbied voor de slachtoffers, overlevenden en nabestaanden.
Uniform van een soldaat van de Kurland Divisie.
Dit was een officiële Duitse eenheid die in de laatste maanden van de oorlog werd opgericht:
- Oprichting: Begon in 1942 als opleidingsdivisie en kreeg op 15 februari 1945 de definitieve naam Infanteriedivisie Kurland.
- Doel: De divisie diende primair aan het Oostfront om rekruten op te leiden binnen de omsingelde legergroep.
- Samenstelling: Bestond voornamelijk uit de Grenadier-opleidingsregimenten 639 en 640, maar beschikte nauwelijks over eigen artillerie of ondersteunende eenheden. Ze bleef tot de capitulatie in mei 1945 in het gebied actief
Hier is de telefoniste van Stork in Hengelo afgebeeld. Tijdens de april-meistakingen van 1943 riep zij andere bedrijven in de regio op om het werk neer te leggen. Deze stakingen vormden een belangrijk protest tegen de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De machinefabriek Stork in Hengelo speelde een belangrijke rol in de april-meistaking van 1943, een van de grootste protestacties tegen de Duitse bezetting in Nederland. De directe aanleiding was de Duitse bekendmaking dat voormalige Nederlandse militairen opnieuw als krijgsgevangenen zouden worden weggevoerd. Op 29 april 1943 legden werknemers van Stork het werk neer. Het protest verspreidde zich vervolgens snel naar andere bedrijven en plaatsen, vooral in Twente maar ook in de rest van het land. De Duitse bezetter reageerde hard: er werd de staat van beleg afgekondigd en tientallen stakers en betrokkenen werden geëxecuteerd. De staking werd daardoor binnen enkele dagen onderdrukt, maar geldt als een krachtig symbool van het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Rijkswerkkamp Twilhaar, gelegen aan de rand van de Sallandse Heuvelrug bij Nijverdal, is een plek met een aangrijpende geschiedenis. Het kamp werd oorspronkelijk ingericht als werkkamp, waar mannen werkzaamheden uitvoerden in onder meer de ontginning en bosbouw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Twilhaar gebruikt als Joods werkkamp. Joodse mannen werden hier onder dwang tewerkgesteld, voordat zij in 1942 via Kamp Westerbork werden gedeporteerd.
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland, van 1940 tot 1945, was Radio Oranje voor veel Nederlanders een belangrijke bron van hoop en informatie. De uitzendingen werden vanuit Londen verzorgd door de Nederlandse regering in ballingschap en waren via de radio te ontvangen. Via Radio Oranje hoorden luisteraars toespraken van koningin Wilhelmina, nieuws over de oorlog en berichten die afweken van de streng gecontroleerde Duitse propaganda. Luisteren was niet zonder risico: de bezetter kon radio’s innemen en het luisteren naar verboden zenders werd ontmoedigd of bestraft. Toch stemden veel mensen in het geheim af, vaak met de gordijnen dicht en het geluid zacht. De bekende opening, “Hier Radio Oranje, de stem van strijdend Nederland”, gaf velen het gevoel dat Nederland niet alleen stond. Radio Oranje groeide daardoor uit tot een krachtig symbool van verzet, verbondenheid en vertrouwen in de bevrijding.
Deze fiets vertelt het verhaal van een koerierster in oorlogstijd. Tijdens de bezetting waren fietsen vaak onmisbaar voor vrouwen en mannen die berichten, persoonsbewijzen, voedselbonnen of illegale kranten moesten bezorgen. Een fiets was stil, wendbaar en minder opvallend dan gemotoriseerd vervoer, maar een rit bleef gevaarlijk: controles, avondklokken en onverwachte patrouilles konden elke boodschap tot een groot risico maken. Koeriersters droegen documenten bijvoorbeeld in hun kleding, in een tas onder boodschappen of verborgen in onderdelen van de fiets. De fiets staat daarmee niet alleen voor dagelijks vervoer, maar ook voor moed, vindingrijkheid en het werk van mensen die zich inzetten voor vrijheid.
Ook in de lucht boven de gemeente Hellendoorn woedde tijdens de Tweede Wereldoorlog een hevige luchtoorlog. Geallieerde bommenwerpers trokken regelmatig over de regio op weg naar doelen in Duitsland of op de terugweg naar Engeland. Daarbij werden sommige toestellen onderschept door Duitse jagers of getroffen door luchtafweergeschut. Verschillende bommenwerpers stortten neer in de Achterhoek, met grote gevolgen voor de bemanningsleden en de lokale bevolking. De wrakstukken, verhalen van ooggetuigen en graven van gesneuvelde militairen herinneren nog altijd aan deze ingrijpende periode.
Op 11 januari 1944 stortte in de omgeving van Hegejanskamp een Amerikaanse B-17 Flying Fortress neer. Deze gebeurtenis herinnert aan de luchtoorlog boven Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog en aan de bemanningsleden die hun leven riskeerden tijdens hun missies. De crash bleef niet alleen een ingrijpende gebeurtenis voor de betrokkenen, maar maakte ook diepe indruk op de mensen in de omgeving.
In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog werden vrouwelijke gevangenen uit Kamp Westerbork door de Duitse bezetter gedwongen het kamp te verlaten. Zij trokken onder zware omstandigheden te voet richting het noorden en westen van Groningen. De tocht, die bekendstaat als de vrouwenmars van Westerbork naar Visvliet, was een uitputtende evacuatiemars: de vrouwen hadden weinig voedsel, waren vaak verzwakt en wisten niet waarheen zij werden gebracht. Onderweg waren zij afhankelijk van elkaar en van de beperkte hulp die omstanders soms boden. In Visvliet kwam voor een deel van de groep de bevrijding nabij. De vrouwenmars herinnert aan het leed van de gevangenen van Westerbork, maar ook aan hun veerkracht en onderlinge solidariteit. De route wordt tegenwoordig herdacht als een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de bevrijding van Noord-Nederland.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in de gemeente Hellendoorn een trein beschoten door geallieerde vliegtuigen. Spoorverbindingen waren in die periode van groot strategisch belang: treinen vervoerden militairen, materieel en voorraden voor de Duitse bezetter. Geallieerde vliegers probeerden dit transport te verstoren door spoorlijnen, locomotieven en wagons aan te vallen. Voor de inwoners van Hellendoorn maakte een dergelijke aanval de oorlog plotseling en zeer zichtbaar; het geluid van laag overvliegende vliegtuigen, mitrailleurvuur en explosies bracht gevaar en onrust met zich mee. De beschieting herinnert aan de kwetsbare positie van burgers in een gebied waar militaire doelen en het dagelijks leven dicht bij elkaar lagen. Lokale archieven, ooggetuigenverslagen en oorlogsdossiers kunnen meer informatie bieden over de precieze locatie, datum en gevolgen van deze gebeurtenis.
De schadekaart van de gemeente Hellendoorn geeft een overzicht van schade die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de gemeente werd gemeld of vastgesteld. Op de kaart kunnen bijvoorbeeld beschadigde woningen, boerderijen, bedrijfsgebouwen, wegen en andere voorzieningen zijn aangegeven. Daarmee biedt zij inzicht in de lokale gevolgen van oorlogshandelingen, zoals bombardementen, beschietingen, vernielingen en vorderingen. De schadekaart is een waardevolle historische bron voor onderzoek naar de oorlogsgeschiedenis van Hellendoorn en kan helpen bij het terugvinden van informatie over specifieke locaties, panden en families.
Deze expositie vertelt het verhaal van de Atlantikwall, de verdedigingslinie die nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de West-Europese kust aanlegde. Met bunkers, geschutsopstellingen, versperringen en mijnenvelden moest de linie een geallieerde invasie voorkomen. Op 6 juni 1944, beter bekend als D-Day, landden geallieerde troepen in Normandië. Ondanks de zware Duitse verdediging wisten zij op meerdere stranden een bruggenhoofd te vormen.
Hier wordt uitgebeeld hoe Duitse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog leefden in de bunkers van de Atlantikwall. Deze verdedigingslinie liep langs grote delen van de West-Europese kust en bestond uit bunkers, geschutsstellingen en andere militaire bouwwerken. In de bunkers waren de leefomstandigheden vaak sober en benauwd: soldaten sliepen er, aten er, hielden wacht en bereidden zich voor op mogelijke aanvallen. De inrichting laat zien hoe beperkt de ruimte was en hoe het dagelijkse leven er onder oorlogsomstandigheden uitzag.