Adolf Hitler is dood. Hij stierf op 30 april 1945 in Berlijn, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hitler was de dictator van nazi-Duitsland en verantwoordelijk voor de Holocaust, de vervolging van miljoenen mensen en een oorlog die wereldwijd enorme verwoesting en tientallen miljoenen doden veroorzaakte.
De Rijkskanselarij in Berlijn met vooraan links de ingang van de ondergrondse bunker.
Dit is mogelijk de laatste foto van Hitler. Hij bekijkt de schade in de door bombardementen getroffen Rijkskanselarij in april
1945. Links van hem zijn persoonlijke assistent Julius Schaub. Schaub was enkele dagen voor zijn dood vertrokken om
Hitlers persoonlijke papieren in München en op de Obersalzberg te vernietigen.
In de vroege ochtend was hem bevestigd dat de Duitse legers in de omgeving van Berlijn niets meer kunnen uitrichten om
hem te hulp te komen.
Rond de middag gebruikte hij zijn laatste maaltijd met zijn secretaressen, zonder zijn kersverse echtgenote Eva, die hij tot
het einde “Fräulein Braun” is blijven noemen Daarna namen hij en Eva afscheid van zijn persoonlijke bedienden, van zijn
secretaris Martin Bormann en van propagandaminister Joseph Goebbels en zijn vrouw Magda. Ze trokken zich daarop
terug in een vertrek van de bunker.
Een Sovjetmilitair zit in de bunker op de canapé waarop Hitler zich het leven benam.
Kort daarop waren ze dood. Voor zover de aanwezigen konden vaststellen, heeft Hitler zich in het hoofd geschoten, Eva
zou vergif hebben ingenomen.
De lijken werden via een trap naar de tuin van de Rijkskanselarij gedragen, met een grote hoeveelheid benzine overgoten en
in brand gestoken.
De tuin van de Rijkskanselarij kort na de val van Berlijn. In de greppel vooraan werd het verbrande lichaam van Hitler
gevonden. De bunker lag onder die plek. Het lichaam werd via de nooduitgang (het betonblok links) naar buiten gebracht.
Het gebouwtje op de achtergrond is een betonnen wachthuisje dat nog in aanbouw was (vandaar de houten stellingen).
Goebbels en Bormann, die nu de leiding hebben in de bunker, willen Hitlers dood voorlopig geheimhouden. Goebbels heeft
de bevelhebber van Berlijn, generaal Weidling, op de hoogte gesteld, maar eist dat er niets uitlekt. Hij wil ook dat de
“heldhaftige” strijd om Berlijn wordt voortgezet, hoewel Weidling al een tijd opmerkt dat die strijd totaal hopeloos is.
Admiraal Dönitz, die in het noorden van Duitsland het bevel voert, heeft via een radiotelegram van Bormann vernomen dat
de Führer hem tot zijn opvolger heeft benoemd, maar er stond niet bij dat hij niet meer in leven is. Dönitz heeft in zijn
antwoord zijn trouw aan Hitler bevestigd.
Adolf Hitler loopt samen met Helga Goebbels, die later in 1945 samen met haar broers en zussen door haar ouders met cyanide werd vergiftigd in Hitlers bunker.
Admiraal Dönitz met Hitler, eerder in 1945
De Slag om het Rijksdaggebouw
Het grootste deel van de miljoenenstad Berlijn is nu in handen van het Rode Leger, maar in het centrum wordt heviger
gevochten dan ooit. De wijk Tiergarten, het groene hart van Berlijn vlak naast de regeringswijk, is grotendeels veroverd.
Sovjetsoldaten in actie in Berlijn.
Ten noorden van de Rijkskanselarij zijn de Sovjettroepen via de Molktebrug over de Spree doorgestoken tot de omgeving
van het Rijksdaggebouw.
De Rijksdag wordt beschouwd als het “doelwit” van het offensief op Berlijn. De eenheden van het Rode Leger voeren een
echte competitie over wie het parlementsgebouw zal veroveren. Toen Sovjetmilitairen het enorme gebouw in zicht kregen,
haalden ze er Berlijners bij met een tolk om er zeker van te zijn dat het wel degelijk de Rijksdag was.
Een Sovjetofficier geeft instructies bij de Rijksdag.
Zo’n 5.000 Duitsers – SS’ers, Hitlerjugend en marinepersoneel – verdedigen de buurt met ongekende hevigheid tegen een
grote overmacht. In de gebouwen rond de Rijksdag – zoals het ministerie van Binnenlandse Zaken – is vreselijk gevochten.
Iedere verdieping, iedere kamer moest afzonderlijk worden ingenomen.
De gevechten voor de Rijksdag vormden een van de bekendste en zwaarste episodes van de Slag om Berlijn in april en mei 1945. Terwijl het Rode Leger de Duitse hoofdstad vanuit verschillende richtingen binnendrong, werd het gebouw gezien als een belangrijk symbool van het naziregime, ook al had het sinds 1933 nauwelijks nog als parlementsgebouw gefunctioneerd. Op 30 april bereikten Sovjettroepen de omgeving van de Rijksdag, maar zij stuitten op hardnekkig verzet van Duitse militairen, Waffen-SS-eenheden en andere verdedigers. De aanval werd bemoeilijkt door beschietingen, barricades en gevechten van dichtbij in en rond het zwaar beschadigde gebouw. Na meerdere aanvallen drongen soldaten van het Rode Leger de Rijksdag binnen. In de nacht van 30 april op 1 mei werd er een Sovjetvlag op het gebouw geplaatst, al duurden de gevechten in en rond de Rijksdag nog voort. Op 2 mei 1945 capituleerde het Duitse garnizoen in Berlijn. De foto van een rode vlag boven de Rijksdag werd later wereldwijd een symbool van de Sovjetoverwinning op nazi-Duitsland, hoewel de bekende opname deels opnieuw werd geënsceneerd.
In de namiddag bestormde de 150e Sovjet-Infanteriedivisie de Rijksdag, terwijl opgehesen veldkanonnen vanuit de ramen
van het ministerie het gebouw onder vuur namen. Vanuit de Rijksdag zijn de aanvallers massaal onder vuur genomen. De
grote deuren waren dichtgemetseld en er kwamen mortieren aan te pas om een opening maken.
Ondanks zware verliezen drongen de manschappen van het Rode Leger het enorme gebouw binnen. Een aantal onder hen
beklommen al vechtend de trappen, richting het dak, in heel het enorme gebouw wordt strijd gevoerd.
Op 2 mei 1945 hesen Sovjetsoldaten de rode vlag op het Rijksdaggebouw in Berlijn, kort na de Slag om Berlijn. Dit beeld werd een van de bekendste symbolen van de Sovjetoverwinning op nazi-Duitsland en van het naderende einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. De beroemde foto, gemaakt door Jevgeni Chaldej, toont militairen die de vlag op het zwaar beschadigde gebouw plaatsen. Hoewel er al eerder vlaggen op het Rijksdaggebouw waren gehesen, werd juist deze opname wereldwijd verspreid. Het Rijksdaggebouw had vooral een grote symbolische waarde: de inname ervan gold voor het Rode Leger als een belangrijk teken van de val van het naziregime.
München valt zonder moeite in Amerikaanse handen
Divisies van het Zevende Amerikaanse Leger hebben München ingenomen, de grootste stad van het zuiden van Duitsland.
De hoofdstad van Beieren kreeg onder het nazibewind de titel “Hoofdstad van de Beweging”. München is immers de
geboorteplaats en de zetel van de nazipartij, de NSDAP. Hitler woonde sinds 1912 in München, waar hij later zijn eerste
stappen in de politiek zette. Hij heeft er formeel nog altijd zijn woonplaats.
Bij de bezetting van München vielen de Amerikanen ook Hitlers privé-appartement binnen. De befaamde Amerikaanse
fotografe Lee Miller (links) liet zich toen fotograferen in het bad van Hitler door haar collega David Sherman (rechts) … en
omgekeerd. Beide fotografen reisden met het Amerikaanse leger mee. Miller voor het blad Vogue, Sherman voor Life.
Acht dagen eerder had Hitler nog bevolen dat München tot het uiterste verdedigd moest worden. Daar viel weinig van te
merken.
Bij gebrek aan vuurwapens had de Volkssturm de toegangswegen afgezet met sparrenstammen. Alleen in enkele
buitenwijken boden SS-eenheden nog weerstand. Een Amerikaanse jeep kon ongehinderd tot aan de centrale Marienplatz
rijden.
Amerikaanse militairen in München met kersverse krijgsgevangenen. "Er zijn er te veel!" staat achter op de originele foto.
De Amerikanen zijn meestal hartelijk door de bevolking ontvangen. De grote meerderheid van de Münchenaars is de oorlog
meer dan beu, zeker nu negen op de tien huizen beschadigd of vernietigd zijn door de voorbije bombardementen.
De stad heeft ook een linkse traditie en de nazi’s deden het bij vrije verkiezingen nooit echt goed in “hun” hoofdstad.
nwoners van München begroeten de GI's, de Amerikaanse militairen die na de Tweede Wereldoorlog in de stad aankomen. Hun aanwezigheid markeert een nieuw hoofdstuk voor München, dat zwaar is getroffen door de oorlog. Voor veel bewoners roept de ontmoeting gevoelens van opluchting, onzekerheid en hoop op: opluchting omdat de gevechten voorbij zijn, onzekerheid over de toekomst en hoop op herstel en stabiliteit.
Enkele dagen eerder zijn zo’n 1400 militairen en burgers in opstand gekomen. Ze vormden al eerder een clandestiene
verzetsbeweging, de Freiheitsaktion Bayern.
De opstandelingen hebben een tijd het radiostation overgenomen. Ze kondigden via de radio het einde van het militarisme
en het nationaal socialisme aan. Door die oproep sloeg een aantal bewakers van het naburige concentratiekamp Dachau op
de vlucht.
Onder de codenaam “Fazantenjacht” begon de Freiheitsaktion Bayern nazileiders op te pakken (die de spotnaam
“goudfazanten” hebben wegens hun met goud bestikte uniformen)
Na de bevrijding van het concentratiekamp Dachau op 29 april 1945 verkeerden veel voormalige gevangenen in een uiterst slechte lichamelijke toestand. Honger, ziekte en uitputting waren wijdverbreid. In de chaotische laatste oorlogsdagen trokken sommigen naar München, waar zij voedsel en andere noodzakelijke goederen probeerden te vinden. Daarbij kwamen ook plunderingen voor, een gevolg van de acute nood, de ontwrichting van het openbare leven en het gebrek aan directe hulpverlening. Deze gebeurtenissen moeten worden gezien in de context van de bevrijding: mensen die jarenlang waren vervolgd en beroofd van vrijwel alles, probeerden te overleven in een stad die zelf zwaar door oorlog en schaarste was getroffen.
Niet alleen bevrijde gevangenen, maar ook burgers begonnen in München op grote schaal te plunderen. Opslagplaatsen werden leeggehaald, terwijl de stad in de chaotische periode na de bevrijding kampte met voedseltekorten, onzekerheid en een vrijwel stilgevallen bestuur.
Maar de SS-Gestapo sloeg nog hard terug en de opstand werd snel en bloedig onderdrukt. Enkele tientallen verzetsmensen
zijn zelfs tot in de laatste uren voor de bevrijding doodgeschoten of opgehangen.
In een naburig dorp zijn een pastoor en een onderwijzer door de SS gedood omdat ze, na het horen van de oproep op de
radio, de hakenkruisvlag vervangen hadden door de wit-blauwe Beierse vlag.
Links: kapitein Rupprecht Gerngross, de leider van de mislukte opstand. Hij wist te ontsnappen. Rechts Josef Grimm, de
dorpspastoor die werd gedood omdat hij de nazivlag had weggehaald.
Bevrijding van het vrouwenkamp Ravensbrück
Ten noorden van Berlijn heeft het Rode Leger het concentratiekamp Ravensbrück bevrijd.
Ravensbrück is het belangrijkste kamp dat speciaal voor vrouwen werd opgericht, zij het dat er de laatste jaren ook
mannen zaten, vooral in de buitenkampen. Het bewakingspersoneel bestond ook overwegend uit vrouwen.
De meeste opgesloten vrouwen en mannen zijn politieke gevangenen uit alle delen van bezet Europa. Joodse gevangenen
zijn er niet meer: de laatsten zijn al jaren geleden uitgemoord.
Wel waren er veel Duitse vrouwen die beschuldigd werden van “rassenschande” (seksuele omgang met Joden of lieden
van andere “minderwaardige” volkeren) of ander “asociaal” gedrag.
Het nabijgelegen nevenkamp Uckermark herbergde exclusief meisjes en jonge vrouwen (sommigen waren gearresteerd als
“koppig” of “onverbeterbaar” op school of in de nazi-jeugdbeweging). Het kamp had een “opvoedende” taak, maar de
omstandigheden waren er nauwelijks beter dan elders.
In de zes jaar dat het kamp bestond, telde het meer dan 150.000 gevangenen, waarvan wellicht 30.000 (mogelijk veel meer)
het niet hebben overleefd. Als het aantal gevangenen te groot werd, kon een deel worden “opgeruimd” in een gaskamer.
Baby’s werden dan met hun moeder omgebracht.
Toen Sovjetmilitairen het kamp betraden, troffen ze alleen zieke en uitgeputte gevangenen aan: een paar duizend vrouwen
en een driehonderdtal mannen.
Ook hier zijn de meeste gevangenen met een “dodenmars” weggevoerd. De kolonnes met de bijna 25.000 weggevoerden
zijn echter niet ver geraakt. Sovjetverkenners hebben ze al kunnen opsporen. Enkele honderden gelukkigen hebben de
voorbije weken al het kamp kunnen verlaten en zijn naar Zweden of Zwitserland gebracht, dankzij een tussenkomst van
het Zweedse en het Internationale Rode Kruis.
Dezelfde dag bevrijden de Amerikanen niet ver van München het concentratiekamp Allach, een bijkamp van Dachau. Een GI
deelt sigaretten uit aan de bevrijde gevangenen