In het voorjaar van 1945 stortte nazi-Duitsland militair en politiek in. Na de geallieerde landing in Normandië in juni 1944 en de bevrijding van grote delen van West-Europa rukten Britse, Amerikaanse, Canadese en andere geallieerde troepen vanuit het westen Duitsland binnen, terwijl het Rode Leger vanuit het oosten oprukte. Nederland werd in deze periode geleidelijk bevrijd; in het westen van het land duurde de bezetting echter voort, met onder meer de Hongerwinter van 1944–1945 tot gevolg. Eind april 1945 omsingelden Sovjettroepen Berlijn. Adolf Hitler pleegde op 30 april 1945 zelfmoord in zijn bunker in Berlijn. Zijn opvolger, grootadmiraal Karl Dönitz, probeerde nog afzonderlijke capitulaties te regelen. Op 4 mei 1945 gaven de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland, Denemarken en Nederland zich over aan veldmaarschalk Bernard Montgomery; de capitulatie voor Nederland werd op 5 mei in Wageningen nader uitgewerkt. Op 7 mei 1945 ondertekenden Duitse vertegenwoordigers in Reims de onvoorwaardelijke overgave aan de geallieerden. Deze capitulatie trad op 8 mei 1945 in werking. Daarom wordt deze datum in veel Europese landen herdacht als Victory in Europe Day, ofwel VE-Day: de dag waarop de oorlog in Europa officieel eindigde. In de Sovjet-Unie en veel opvolgerstaten wordt de overwinning vanwege het tijdsverschil op 9 mei gevierd.