Op zaterdag 25 mei 2019 waren we in Rotterdam om deel te nemen aan een Battlefield Tour van STIWOT met als onderwerp 'Strijd om Rotterdam'. Centraal stonden de gevechten in en rond Rotterdam tijdens de meidagen van 1940. We bezochten de locatie van voormalig vliegveld Waalhaven, dat reeds op de eerste dag door Duitse Fallschirmj ger werd ingenomen. We begonnen de dag met ontvangst met koffie/thee in het museum Rotterdam 1940-1945 NU. Eerst was er een uitleg over Rotterdam voor de oorlog, de militaire situatie in Nederland en in Europa en tenslotte het verloop van de meidagen in 1940. Weliswaar had Nederland veel oude wapens en ontbrak het aan training. Toch waren er sinds 1936 ook wel moderne wapens aangekocht, maar vanwege de oorlogsdreiging waren andere landen ook oorlogsmaterieel aan het bestellen, zodat niet op tijd meer geleverd kon worden. De tijd van het 'gebroken geweertje' in de jaren 1920 en eerste helft 1930 heeft ons leger uiteindelijk opgebroken.
We stonden op het Noordereiland aan de oever van de Maas, waar Duitse watervliegtuigen zijn geland op vrijdagmorgen 10 mei 1940. Verder brachten we een bezoek aan het Witte Huis, destijds de eerste hoogbouw in Rotterdam, dat wonder boven wonder het bombardement van 14 mei 1940 heeft overleefd en na de oorlog behoed is voor sloop. Een ware sensatie was dat ons op het dak van dit gebouw een fascinerend uitzicht op de stad Rotterdam en de Maasbruggen werd geboden. Naast het Witte huis bevindt zich het Mariniersmuseum, die we ook bezochten.
De mariniers zijn altijd verbonden met de stad Rotterdam, temeer daar zij hun mannetje stonden tijdens de strijd om de Maasbruggen. Vier dagen lang werd hardnekkig tegenstand geboden aan de Duitse overweldiger. Tenslotte bezochten we het museum Rotterdam 1940-1940 NU aan de Coolhaven en daar werd ons tevens uitleg gegeven over het fatale bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 en de daarop volgende overgave van de stad aan de Duitse Wehrmacht. Dit was tevens de opmaat naar de algehele capitulatie van Nederland op 15 mei 1940, na het dreigement dat de steden Utrecht en Den Haag hetzelfde lot zou treffen. Het was de Nederlandse generaal Winkelman die uiteindelijk dit besluit nam. De regering en Koningin Wilhelmina en de rest van de koninklijke familie waren inmiddels uitgeweken naar Engeland.
Bij het museum staat een kunstwerk van beton in de vorm van een model van een Heinkel He 111, de Duitse bommenwerper waarvan er zo'n negentig stuks boven Rotterdam hun bommen afwierpen op 14 mei 1940.
De tour start vanaf het museum Rotterdam 1940-1945 NU, gelegen aan de Coolhaven. Niet ver van de Euromast die we ook konden zien.
Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen. Deze inval was onderdeel van 'Fall Gelb', de Duitse invasie in Nederland, België , Luxemburg en Frankrijk. Door de snelle opmars van de Duitse tanks en de aanvallen op vliegvelden werd deze oorlog 'Blitzkrieg' genoemd. Dat het Duitse leger toch ook voor een groot deel uit voetvolk en paardentractie bestond, kwam minder voor het voetlicht door de indrukwekkende snelheid waarmee de Duitse tanks door Frankrijk rolden naar de Kanaalkust en zo een wig vormden tussen de Engelse en Franse troepen. De Duitsers vielen aan door de Ardennen en omzeilden de Franse Maginotlinie. Op de eerste oorlogsdag werd het Belgische fort Eben Emaël, even ten zuiden van Nederland aan de Maas door Duitse parachutisten veroverd.
In de vroege ochtenduren van de 10e mei landden aan weerszijden van de Maasbruggen twaalf watervliegtuigen. Hieruit kwamen ongeveer 120 Duitse soldaten, die zich in rubberbootjes begaven naar strategische punten op en nabij de Maasbruggen. Korte tijd later kregen zij versterking van een peloton van enige tientallen parachutisten die bij het Feijenoordstadion waren neergekomen. Op de noordelijke oever vormden de Duitsers een bruggenhoofd, dat geleidelijk werd uitgebreid tot enige honderden meters vanaf het noordelijke landhoofd van de Willemsbrug (de verkeersbrug over de Nieuwe Maas).
Sint Jobshaven
Sint Jobshaven, vanwaar we met de waterbus de Maas oversteken naar Heijplaat. Het is een vooroorlogse haven in de Rotterdamse deelgemeente Delfshaven. De Sint Jobshaven is gegraven tussen 1906 en 1908 en aangelegd voor de overslag van stukgoed. De haven is vernoemd naar de bij de aanleg van de haven afgebroken Sint Jobskapel in het voormalige dorp Schoonderloo.
De N.V. Blaauwhoedenveem liet door architect J.J. Kanters in 1912 aan de westkant van de haven een veemgebouw met silo ontwerpen. Dit was een kolossaal betonnen gebouw, aan de buitenkant bekleed met baksteen bekleed. In het Sint Jobsveem werden koloniale producten onder douane-toezicht opgeslagen en gedistribueerd. Aan de oostkant van de Sint Jobshaven was van 1908 tot 1970 het stuwadoorsbedrijf Wm.H. M ller & Co's Stuwadoors Mij. N.V. gevestigd. Het Pakhuis Jobsveem, ook wel St. Job genaamd, is omgebouwd tot woongebouw.
De waterbus
De waterbus meert aan in de Jobshaven en brengt ons naar Heijplaat door de Maas over te steken.
Inderdaad lijkt het interieur van de waterbus sterk op een rijdende bus in het openbaar vervoer. Dit is in feite een varende bus, waar passagiers gebruik moeten maken van een OV-kaart om mee te kunnen. Wij als groep hoefden niet afzonderlijk in te checken.
Iedereen vond het een leuke ervaring om mee te varen met de waterbus. We hadden mooi uitzicht op de rivier de Maas.
De cabine van de waterbus. Achter het stuur de chauffeur, of beter gezegd de stuurman.
Een vriendelijke conductrice heette ons als groep welkom aan boord en wenste ons een fijne dag toe.
De tocht met de waterbus naar de overkant van de Maas naar Heijplaat verliep erg vlot. Toch was het leuk om even over de rivier de Maas te varen en de Maashaven aan weerszijden te zien. Helaas waren de ramen wel vies, dus dat is de reden van wat minder scherpe opnamen.
Heijplaat
We arriveren in de haven van Heijplaat. Heijplaat is een wijk in het Rotterdamse stadsdeel Charlois. Heijplaat ligt zuidelijk van de Nieuwe Maas en wordt omringd door de Eemhaven in het westen en de Waalhaven in het oosten.
Heijplaat is ontstaan als woonwijk voor arbeiders van de toenmalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) die in 1904 hier begon met onderhoud en bouw van schepen. Heijplaat ligt relatief ver buiten Rotterdam en was dus ook moeilijk bereikbaar voor de werknemers. De naam verwijst naar de nabijgelegen, en inmiddels verdwenen, buurtschap De Heij. In 1914 werd de NV Bouwmaatschappij Heyplaat opgericht, die opdracht gaf tot het bouwen van een toentertijd moderne wijk in de vorm van een tuindorp. Het tuindorp werd ontworpen en ontwikkeld door Architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders. In het begin van de jaren twintig was het tuindorp af en vormde een gemeenschap met eigen scholen, winkels, feestzaal en kerken. In de huidige bebouwing zijn nog goed de structuren van het tuindorp te vinden. In de as van de centrale woonstraat bieden de drie oorspronkelijke kerken in elkaars verlengde een schilderachtige aanblik. In 1934 is aan de Nieuwe Maas direct ten westen van Heijplaat Quarantainestation Heijplaat geopend voor zeelieden met besmettelijke ziekten. De begroeiing op het terrein is nu verruigd. Het idyllisch gelegen rivierstrandje op de oever is het enige natuurlijke zandstrand van Rotterdam en wordt druk bezocht.
Voor het gebouw van de onderwijscampus staat de bus gereed om ons naar de Waalhaven te rijden, waar zich tevens vliegveld Waalhaven bevond, dat reeds op de eerste oorlogsdag door de Duitsers werd veroverd.
Doordat de RDM verdween en het aantal havenarbeiders verminderd is, is de wijk in aanzien achteruitgegaan; winkels sloten en de levendigheid verdween. Sinds 2008 wordt het RDM-terrein ontwikkeld tot een onderwijscampus, wat voor nieuwe bedrijvigheid zorgt. Een deel van de gebouwen is anno 2015 gerestaureerd, de grote bedrijfshallen worden onder meer gebruikt voor tentoonstellingen en presentaties en een deel van een later bijgebouwde woonwijk is afgebroken en het leeggekomen terrein wacht op nadere invulling met nieuwe woonhuizen.
Op voordracht van de gemeente Rotterdam is het gebied Heijplaat met de voormalige RDM-werf en de woonwijk in mei 2018 aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht.
Zicht op de onderzeebootloods in de haven van Heijplaat. Wordt thans gebruikt voor exposities, zoals die over het bombardement op Rotterdam in 2015, 75 jaar later.
In 2015 was er de expositie De Aanval in de onderzeebootloods in de wijk Heijplaat. Het unieke hieraan is dat voor het eerst in 75 jaar in samenwerking met de Duitsers een tentoonstelling is gemaakt over het bombardement op Rotterdam in mei 1940
Waalhaven
Vanuit Heijplaat vervolgen we onze reis per touringcar naar het voormalig vliegveld Waalhaven, gelegen aan de Waalhaven. Het vliegveld Waalhaven was een Rotterdams vliegveld, dat heeft bestaan van 1920 tot in de Tweede Wereldoorlog. Waalhaven werd op 26 juli 1920 geopend. Het was aangelegd in de deelgemeente Charlois, op de eerste grond die vrijkwam bij het graven van de Waalhaven. We staan hier met de rug naar voormalig vliegveld Waalhaven en kijken naar de Waalhaven.
Strandleven aan de Waalhaven 1932
En zo ziet Waalhaven er uit als wij er staan op 25 mei 2019.
Vliegveld Waalhaven
Vliegveld Waalhaven 1938
liegveld Waalhaven, ten zuiden van Rotterdam, speelde een belangrijke rol tijdens de Duitse aanval op Nederland in mei 1940. In de vroege ochtend van 10 mei 1940 werd het vliegveld aangevallen door Duitse luchtlandingstroepen. Na zware gevechten wisten Duitse militairen het terrein in handen te krijgen. Vervolgens landden er transportvliegtuigen met versterkingen en materieel, waardoor Waalhaven een belangrijk steunpunt werd voor de strijd om Rotterdam en omgeving. Nederlandse militairen deden pogingen om het vliegveld te heroveren en het terrein werd ook vanuit de lucht aangevallen, maar een definitieve herovering bleef uit. De gebeurtenissen rond Waalhaven vormden daarmee een ingrijpend onderdeel van de Slag om Rotterdam en de Duitse inval in Nederland.
Waar dit gele gebouw nu staat bevond zich het vliegveld Waalhaven. We staan dan met de rug naar de Waalhaven. Op 10 mei 1940 liep hier een muur langs het vliegveld en de soldaten die zich aan deze kant van de muur bevonden, konden niet zien wat er aan de andere kant op het vliegveld gebeurde. Ze konden alleen horen dat er een zware strijd woedde. Men had dus verzuimd deze hindernis tijdens de mobilisatie op te ruimen.
Op 10 mei 1940, bij het begin van de Duitse aanval op Nederland, werden Duitse Fallschirmjäger boven en rond vliegveld Waalhaven bij Rotterdam neergelaten. Hun opdracht was het vliegveld snel in te nemen, zodat Duitse transportvliegtuigen er konden landen met extra militairen en materieel. De strijd om Waalhaven vormde een belangrijk onderdeel van de aanval op Rotterdam en de verdere opmars in West-Nederland.
Vanuit een aanvliegende Junkers Ju-52 ontvouwt zich een helder uitzicht op vliegveld Waalhaven.
Duitse luchtopname van de oostkant van vliegveld Waalhaven, waar Nederlandse Fokker G-1 toestellen geparkeerd staan.
Duitse luchtlandingstroepen passeren op vliegveld Waalhaven een nog in tact zijnde Nederlandse Fokker G-1, voorzien van nummer 319.
Duitse luchtlandingstroepen bekijken op Waalhaven een Nederlandse Fokker met het nummer 319. De foto toont een moment tijdens de Duitse aanval op Nederland, waarbij het vliegveld en de aanwezige Nederlandse vliegtuigen al snel in Duitse handen vielen.
Maar de aanval op vliegveld Waalhaven verliep ook voor de Duitsers niet zonder verliezen. Tijdens de Duitse luchtlanding en gevechten rond het vliegveld op 10 mei 1940 werden meerdere Duitse transportvliegtuigen beschadigd of vernietigd. Ook vielen er Duitse militairen door Nederlands verzet, luchtafweer en gevechten op de grond. Hoewel de Duitsers Waalhaven uiteindelijk wisten in te nemen, bleek de operatie daarmee kostbaar en kwetsbaar.
Deze Duitse Junkers Ju 52 vliegtuigen werden tijdens de Duitse aanval op Nederland in mei 1940 onder vuur genomen door de verdediging van vliegveld Waalhaven. De transportvliegtuigen hadden geprobeerd luchtlandingstroepen af te zetten bij vliegveld Waalhaven, een strategisch belangrijk doel ten zuiden van Rotterdam. De Ju 52 was een veelgebruikt transporttoestel van de Duitse Luftwaffe en speelde een belangrijke rol bij de inzet van parachutisten en luchtlandingseenheden. De aanval op Waalhaven maakte deel uit van de bredere operatie om snel controle te krijgen over Rotterdam en de belangrijke bruggen in de omgeving.
Op 10 mei 1940 daalden grote groepen Duitse parachutisten neer bij Den Haag, Rotterdam en de Moerdijkbruggen. Hauptmann Karl Schulz was een van hen en moest met zijn bataljon de Waalhaven bezetten. In korte tijd weten Schulz en zijn mannen vliegveld Waalhaven te veroveren, maar de dagen die daarop volgden, hebben ze hun handen vol aan de verdediging tegen Nederlandse artillerie en het afweren van tegenaanvallen.
Duitsers in een Nederlandse stelling op vliegveld Waalhaven.
Vliegveld Waalhaven was één van de eerste doelen die de Duitse troepen in de vroege ochtend van 10 mei 1940 aanvielen. Na een kort bombardement daalden hier honderden Duitse parachutisten neer. Wat volgde was een gevecht met de Nederlandse troepen die het vliegveld verdedigden. Duitse troepen worden op de eerste oorlogsdag ingevlogen. Op verzoek van de Nederlandse strijdkrachten onderneemt de Britse Royal Air Force een aanval op het vliegveld en schieten diverse Duitse toestellen in brand. Doch de komst van Duitse jachtvliegtuigen verhindert een tweede aanval. Vijf van de zes Blenheims, die de aanval uitvoerden, worden neergeschoten en storten neer in de omgeving van Rotterdam en Pernis. Van de dertien bemanningsleden vinden er zeven de dood, vijf keren uiteindelijk terug naar Engeland en n wordt gevangen genomen. Er is dus een hoge prijs betaald. Na de overgave herstelden de Duitsers het terrein. Daarnaast breidden ze het ook uit en gaven het de naam Flugplatz Waalhaven. Er verrezen houten en stenen gebouwen. Maar ook een groot aantal barakken voor het grondpersoneel. De Duitsers stationeerden op het vliegveld Messerschmitts BF 109 E s van het JG 54. Na hun vertrek in augustus 1940 waren er geruime tijd nauwelijks operationele eenheden actief. Pas vanaf de zomer van 1941 waren er weer af en toe jachtvliegtuigen op Waalhaven. Niet-operationele eenheden verbleven er wel lange tijd. Zo stond er een vliegtuig dat de Duitsers zowel voor lesvluchten als voor het doelslepen gebruikten. Terwijl andere vliegtuigen bijvoorbeeld koeriersvluchten uitvoerden. Na december 1943 was er geen vliegverkeer meer en maakten de Duitsers het landingsterrein onbruikbaar. Nog eenmaal was Waalhaven het doel van Britse bommenwerpers. Zij wierpen op 29 april 1945 voedsel af boven het vliegveld. Dit was in het kader van operatie Manna.
Na de oorlog kreeg het terrein een bestemming als industriegebied. Ten noorden van Rotterdam kwam een nieuw vliegveld, Zestienhoven. Dit ging op 1 oktober 1956 open. Het vliegveld heet nu Rotterdam-The Hague Airport.
De staartvlakken van een bij vliegveld Waalhaven, Rotterdam in de meidagen van 1940 neergeschoten Duitse Dornier Do 17 bommenwerper.
Een Fokker G-1 Wasp dat de registratie 354 had wordt kort na de Nederlandse capitulatie op Waalhaven weer vliegklaar gemaakt. Het is inmiddels voorzien van Duitse kentekens.
Waalhaven lag na afloop van de strijd in mei 1940 bezaaid met vliegtuigwrakken van vooral Duitse makelij.
Reeds enkele dagen nadat de Blitzkrieg ten einde was gekomen, arriveerden in juni 1940 Messerschmitt 109 s van het Jagdgeschwader 54 op Waalhaven. Zij bleven hier tot medio juli 1940.
In mei 1940 speelde vliegveld Waalhaven, bij Rotterdam, een belangrijke rol tijdens de Duitse aanval op Nederland. De Junkers Ju 52, een driemotorig transportvliegtuig van de Duitse Luftwaffe, werd ingezet voor het vervoer van militairen, materieel en voorraden. Tijdens de gevechten rond Waalhaven landden en vertrokken meerdere van deze toestellen onder gevaarlijke omstandigheden. Het vliegveld was een strategisch doel, omdat het dicht bij Rotterdam lag en essentieel was voor de snelle aanvoer van Duitse luchtlandingstroepen. De aanwezigheid van een Ju 52 op Waalhaven herinnert aan de hevige strijd en de ingrijpende gebeurtenissen die zich daar in de eerste dagen van de Duitse invasie afspeelden.
Direct na de Nederlandse capitulatie begon op Waalhaven het opruimen van de vliegtuigwrakken en de reparatie van de nog herstelbare Duitse vliegtuigen, waaronder een aantal Ju 52-transporttoestellen.
Al kort na de Nederlandse capitulatie in mei 1940 landde de bevelhebber van de Luftwaffe Hermann Göring op Waalhaven voor stafbesprekingen in Nederland.
Kort na de capitulatie landde Hermann Göring op het door Duitse luchtlandingstroepen ingenomen vliegveld Waalhaven bij Rotterdam. Göring was opperbevelhebber van de Duitse Luftwaffe en een prominente nazileider. Zijn bezoek onderstreepte het belang dat Duitsland hechtte aan de snelle verovering van strategische vliegvelden en de aanval op Rotterdam. Waalhaven bleef tijdens de gevechten een belangrijk doelwit voor Nederlandse tegenaanvallen.
Het Noordereiland
Het Noordereiland is een eiland in de Nieuwe Maas in Rotterdam, verbonden door de Willemsbrug en Koninginnebrug. Het heeft 3600 inwoners en is onderdeel van het stadsdeel Feijenoord in Rotterdam-Zuid. Sinds 2005 heeft het eiland de status van beschermd stadsgezicht.
In mei 1940 bleef het Noordereiland veel beter bewaard dan andere delen van de stad, aangezien bij de Duitse bombardementen het Noordereiland, waar de Duitsers zich verschanst hadden, door de Luftwaffe ontzien werd. Wel zijn door een aantal Engelse bombardementen, die bedoeld waren om de Duitsers te verjagen, meer dan 600 woningen aan de punten van het Noordereiland verwoest.
We rijden naar het Noordereiland langs de Willemsbrug en Koninginnebrug.
We lopen nu naar de oever van de Nieuwe Maas om daar te horen over de strijd om de Maasbruggen.
Op 10 mei 1940 streken verscheidene watervliegtuigen neer op de Nieuwe Maas. Dit is een Heinkel He-59D gezien vanaf het Noordereiland.
En zo ziet het er uit vanaf ongeveer hetzelfde punt. Deze foto heb ik genomen op 25 mei 2019.
Zicht op de Willemsbrug vanaf het Noordereiland kort voor de Duitse inval op 10 mei 1940.
Deze foto maakte ik op 25 mei 2019 van een nieuwe Willemsbrug vanaf hetzelfde punt op het Noordereiland.
Weer later bereikten luchtlandingstroepen, die op het inmiddels door parachutisten veroverde Vliegveld Waalhaven aan de grond waren gezet, het Noordereiland. Hun opmars naar de bruggen had vertraging opgelopen door verdedigend optreden van Nederlandse troepen in Rotterdam-Zuid. Slechts weinigen wisten uiteindelijk door te dringen tot het noordelijke bruggenhoofd, want inmiddels waren de bruggen onder Nederlands vuur komen te liggen.
Het Witte Huis
Het Witte Huis, een uur na het bombardement op 14 mei 1940. Het Witte Huis in Rotterdam staat nog overeind tussen de verwoeste gebouwen. Tijdens het Duitse bombardement op de stad werd een groot deel van het centrum in korte tijd getroffen door branden en zware schade. Hoewel het gebouw zelf de aanval doorstond, is de omgeving vrijwel volledig veranderd in een landschap van puin, rook en vlammen. Het beeld laat de enorme impact van het bombardement zien en geldt als een indringende herinnering aan het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
Rechts: Het Witte Huis in 1970
Deze foto nam ik aan de voet van Het Witte Huis, voordat we naar binnen gingen. Het Witte Huis in Rotterdam is een markant gebouw aan de Wijnhaven. Het werd gebouwd tussen 1897 en 1898 naar ontwerp van architect Gerrit van der Schuijt. Met zijn hoogte van ongeveer 43 meter en tien verdiepingen gold het destijds als een van de eerste hoge kantoorgebouwen van Europa. De opvallende gevel in art-nouveaustijl gaf het gebouw al snel zijn bekende naam. Het Witte Huis is bijzonder omdat het het bombardement op Rotterdam in mei 1940 heeft overleefd, terwijl een groot deel van de binnenstad werd verwoest. Tegenwoordig is het een rijksmonument en een herkenbaar onderdeel van de Rotterdamse skyline.
Rechts: Gezicht vanaf het Witte Huis zoals het voor de oorlog was, met zicht op de Wijnhaven eiland, met rechts de wijnhaven eb links de scheepsmakershaven met op de voorgrond de luchtspoor, en op De achtergrond de Zuiderkerk. Deze opname is ingekleurd.
Hoogtepunt van deze dag was het uitzicht op Rotterdam vanaf het dak van Het Witte Huis. Dit gebouw is een tijdlang het hoogste kantoorgebouw van Europa geweest. Het heeft in 1940 als een van de weinige gebouwen in het stadscentrum het bombardement op Rotterdam doorstaan. Het Witte Huis was tijdens de gevechten om de Maasbruggen in de meidagen van 1940 een Nederlandse verdedigingspositie. Naast het Witte Huis bevindt zich het Mariniersmuseum, die we ook hebben bezocht. In de jaren 1990 werd het zoveel als mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht (gevels en dak). Het was de eerste wolkenkrabber van Rotterdam. Aan het eind van de 19e eeuw ontwierp de architect Willem Molenbroek, in opdracht van de gebroeders Gerrit en Herman van der Schuyt, een gebouw van elf verdiepingen hoog. Sceptici beweerden dat de slappe bodem van Rotterdam niet in staat zou zijn het gebouw voldoende te ondersteunen. Het in art nouveau-stijl gebouwde Witte Huis is in totaal 43 meter hoog. Op het platte dak bevindt zich een uitkijkplatform, te bereiken met een lift, iets wat in die tijd zeer modern was.
In de hal hing een herdenkingsplaquette met de tekst ‘Het Witte Huis Honderd Jaar’, ter ere van het honderdjarig bestaan van het gebouw.
Het is fascinerend om vanaf het Dak van Het Witte Huis uitzicht te hebben op Rotterdam. Je kunt een daktour boeken. Wij mochten op het dak want dat was ingegrepen bij deze tour.
Ons fascinerende uitzicht vanaf het dak van het Witte Huis in Rotterdam
Vanaf het dak van het Witte Huis in Rotterdam ontvouwt zich een indrukwekkend panorama over de stad. Dit markante gebouw aan de Wijnhaven, dat aan het einde van de negentiende eeuw werd gebouwd, geldt als een van de eerste Europese wolkenkrabbers. Vanaf grote hoogte kijken we uit over de Maas, de historische havens en de moderne skyline met onder meer de Willemsbrug, de Kubuswoningen en de hoogbouw op de Kop van Zuid. Het uitzicht laat prachtig zien hoe Rotterdam oud en nieuw met elkaar verbindt: industriële havenactiviteiten, levendige stadswijken en opvallende architectuur komen hier samen. Of de zon nu over de rivier opkomt of de stad in de avond verlicht wordt, vanaf het dak van het Witte Huis beleeft u Rotterdam vanuit een bijzonder perspectief.
Tijdens het prachtige uitzicht op de stad Rotterdam vanaf het dak op het Witte Huis, vertelt onze gids over de bittere gevechten in de stad in de meidagen van 1940.
Naast het Witte Huis bevindt zich het Mariniersmuseum, dat we vervolgens hebben bezocht.
Het Mariniersmuseum
Het Mariniersmuseum is een museum dat handelt over het ontstaan en de geschiedenis van het Korps Mariniers. Het museum is sinds december 1995 gevestigd aan de Wijnhaven in Rotterdam en is organisatorisch ondergebracht in de Koninklijke Stichting Defensiemusea.
Tentoonstelling meidagen 1940 in het Mariniersmuseum
In de tentoonstelling Meidagen 1940 ervaart de bezoeker de aanloop naar het bombardement vanuit het oogpunt van de mariniers. Door middel van een interactieve maquette, ondersteund door beeldmateriaal en dagboekfragmenten, wordt per dag de strijd van de mariniers in de stad uitgelegd. Daarbij maakt een digitaal panorama de nasleep van het bombardement op Rotterdam zichtbaar.
Naast een groot menselijk drama heeft het bombardement ook enorme gevolgen voor de stad zelf gehad. De bommen en het verwoestende inferno dat volgt veranderen voor altijd het aanzien van het centrum van Rotterdam.
Slechts een aantal markante panden in de binnenstad, waaronder het Witte Huis, blijft gespaard.
Vijf dagen in de frontlinie
In de ochtend van 10 mei 1940 veroveren Duitse luchtlandingstroepen met een bijzonder gewaagde actie de Maasbruggen in Rotterdam. Vijf dagen lang vechten Nederlandse en Duitse troepen om de controle over de bruggen. Op 14 mei wordt de strijd door de Duitsers beslist met een vernietigend bombardement op het oude centrum van Rotterdam. De Nederlandse troepen moeten uiteindelijk capituleren voor een tegenstander die niet terugschrikt voor geweld tegen de burgerbevolking.
Bij die strijd spelen de mariniers een belangrijke rol. In de maquette Brandpunt Rotterdam wordt met licht en geluid, ondersteund door dagboekfragmenten, foto’s en video een beeld geschetst van wat er zich tijdens deze veelbewogen vier dagen in de stad af heeft gespeeld. Een indrukwekkende ervaring die bij menig bezoeker nieuw licht laat schijnen op een verhaal dat al jarenlang verteld wordt.
Per dag, tot en met het bombardement van 14 mei, wordt aan de hand van persoonlijke verhalen van mariniers de strijd om de Maasbruggen herbeleefd. De ‘levende’ maquette is daarmee het hart geworden van de vernieuwde opstelling.
De permanente tentoonstelling Meidagen 1940 in het Mariniersmuseum in Rotterdam toont het indrukwekkende en heftige verhaal van de strijd van het Korps Mariniers tijdens de Duitse inval in mei 1940
De strijd om de Maasbruggen
De strijd om de Maasbruggen in Rotterdam begon in de vroege ochtenduren van 10 mei 1940 en eindigde op 14 mei met de overgave van de stad na het bombardement. Het bezit van deze bruggen was van cruciale betekenis voor de Duitse aanval op Nederland. Tezamen met de bruggen bij Moerdijk en in Dordrecht vormden de Maasbruggen een corridor waardoor de Duitse hoofdmacht, met de 9e Pantserdivisie als kern, het hart van de Vesting Holland zou kunnen binnendringen en zo de strijd definitief in Duits voordeel zou kunnen beslissen. Het veiligstellen van deze corridor was - naast de aanval op Den Haag - opgedragen aan het Luftlandekorps onder bevel van Generalleutnant Student. Dit legerkorps bestond geheel uit luchtlandingstroepen, inclusief parachutisten en had de beschikking over de nodige luchttransportcapaciteit en escorterende gevechtsvliegtuigen. De Duitse luchtlandingstroepen die bij de strijd om de Maasbruggen werden ingezet stonden ter plaatse onder bevel van Oberstleutnant (luitenant-kolonel) Von Choltitz.
De strijd om Rotterdam was in mei 1940 in volle gang. Zij aan zij met de mariniers vochten ook andere Nederlandse militairen tegen de Duitse invallers. Onder moeilijke omstandigheden verdedigden zij de stad, strategische bruggen en belangrijke toegangswegen. Vooral rond de Maasbruggen werd hevig gevochten. Ondanks hun vastberaden verzet moest Rotterdam na het Duitse bombardement op 14 mei 1940 capituleren. De strijd liet diepe sporen na in de stad en in de Nederlandse geschiedenis.
Een Duitse militair staat bij een geheel verlaten verkeersbrug in de omgeving van Dordrecht
Tijdens de Duitse aanval op Nederland in mei 1940 vormden de Maasbruggen in Rotterdam een strategisch belangrijke verbinding tussen Noord en Zuid. Duitse militairen probeerden de bruggen snel in handen te krijgen om de opmars door de stad mogelijk te maken. Rond de bruggen werd hevig gevochten tussen Nederlandse troepen en Duitse eenheden. De situatie in Rotterdam verslechterde in de dagen daarna snel, met het bombardement van 14 mei 1940 als ingrijpend keerpunt.
In Rotterdam waren 450 mariniers gelegerd die niet onder de commandant van de landmacht in de stad, kolonel Scharroo, vielen, doch onder hun commandant kolonel Von Frijtag Drabbe.
Zij gingen ook deelnemen aan de strijd. De Duitsers werden al kort na hun aankomst door acties van Nederlandse troepen teruggedrongen tot posities in de onmiddellijke omgeving van het gebouw van de Nationale Levensverzekeringbank, recht tegenover het noordelijke uiteinde van de Willemsbrug. Zij leden tijdens die eerste gevechten aanzienlijke verliezen. Hun situatie werd er niet beter op toen Nederlandse militairen van land- en zeemacht wisten door te dringen tot nabijgelegen panden met een goed schootsveld: het Witte Huis en het Maashotel. Uit dat laatste gebouw werden de Nederlanders echter verdreven toen de Duitsers er vanaf het Noordereiland in slaagden het Maashotel in brand te schieten.
Zicht vanaf het gebouw van de Nationale Levensverzekeringbank, recht tegenover het noordelijke uiteinde van de Willemsbrug.
Duitse stelling op zaterdag 11 mei 1940 nabij de linkeringang van de Nationale Levensverzekeringbank.
Na de hevige strijd om de Maasbruggen in mei 1940 stond het gebouw van de Nationale Levensverzekeringbank zwaar beschadigd in het centrum van Rotterdam. De gevechten rond de bruggen en de daaropvolgende bombardementen lieten diepe sporen na in de stad. Kapotte ramen, beschadigde gevels en puin rondom het pand maakten zichtbaar hoe groot de verwoesting was. Het gebouw werd daarmee niet alleen een tastbaar bewijs van de oorlogsschade, maar ook een symbool van een stad die na de aanval opnieuw moest worden opgebouwd.
Douw van der Krap
Een bijzondere vermelding verdient de dappere en onverzettelijke Nederlandse marineofficier en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog Charles Douw van der Krap (Soerabaja, 8 oktober 1908 Wassenaar, 9 december 1995).
Douw van der Krap werd geboren in Soerabaja, Nederlands-Indi , als zoon van een koffieplanter. In 1925 ging hij naar het Koninklijk Instituut voor de Marine, waar hij in 1929 afstudeerde en waarna hij als waarnemer/navigator geplaatst werd bij de Marine Luchtvaartdienst. Vervolgens werd hij in Nederlands-Indi gestationeerd op vliegkamp Moro-Krembangan op Java. In 1939 keerde hij terug in Nederland, waar hij aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog het commando kreeg over de rivierkanonneerboot "Balder" om de mijnenvelden van het zeegat Goeree te bewaken.Bij aanvang van de Duitse aanval op Nederland in 1940 lag zijn schip voor reparatie in een droogdok in Rotterdam. Hij werd ingekwartierd bij een familie aan het Haringvliet. Douw van der Krap zag vanuit zijn raam Duitse parachutisten neerkomen. Hij zag hoe twaalf Heinkel He 59D-watervliegtuigen op de Maas landden en zwaargewapende soldaten in rubber boten achterlieten, die bij verrassing de twee Maasbruggen veroverden. Hierop begaf hij zich naar de dichtstbijzijnde marinekazerne, waar hij het bevel over een afdeling ongeoefende marinetroepen op zich nam en het gevecht aanging met de Duitse parachutisten. Na de Nederlandse capitulatie weigerde Douw van der Krap de erewoordverklaring aan de Duitsers op 14 juli 1940 te ondertekenen, waarop hij gevangen werd gezet in een krijgsgevangenkamp in Oflag VI A bij Soest (Duitsland) en vervolgens in Oflag VIII C bij Juliusburg. Tijdens het transport klom hij op het dak van de trein om er later af te springen, maar een motorrijder ontdekte hem.
Nadat twee Nederlandse KNIL-officieren met succes uit Juliusburg wisten te ontsnappen, werd de overgebleven groep Nederlandse officieren, waaronder Douw van der Krap, voor straf overgeplaatst naar het beruchte kamp Oflag IV C bij Colditz. Hij probeerde hier te ontsnappen door zich buiten te verstoppen onder een laken dat hij had volgenaaid met dorre bladeren, maar hij werd ontdekt.
In 1943 werd de Nederlandse groep krijgsgevangenen vervolgens overgeplaatst naar Kamp Stanislau (tegenwoordig Ivano-Frankivsk in West-Oekra ne). Ze kwamen op 11 juni aan.
Tussen 1941 en 1943 ondernam hij dertien pogingen om aan zijn gevangenschap te ontsnappen, zijn veertiende poging begin december 1943 lukte. Met Frits Kruimink, bijgenaamd "Beer", maakte hij in 36 uren een tunnel. Op 5 december zagen ze daglicht. Na dagen door de koude te hebben gelopen, kocht Douw van der Krap met een 'Japans' persoonsbewijs twee treinkaartjes. Hij kwam in Warschau terecht, waar hij zich aansloot bij de Armia Krajowa (AK), de Poolse ondergrondse strijdkrachten.
De AK introduceerde hem bij Philips, waar 4000 werknemers waren. In 1944 nam hij op verzoek van de leiding van de Philipsfabrieken aldaar de leiding op zich van de evacuatie van Philipswerknemers uit Polen naar Nederland.
Vanaf 1 augustus 1944 raakte hij betrokken bij de Opstand van Warschau. Philipsdirecteur Waterscheid gebood hem op 10 augustus de fabriek te ontmantelen. De machines gingen naar Oostenrijk, de Nederlandse staf en Douw van der Krap werden geëvacueerd.
Tijdens de Slag om Arnhem was Douw van der Krap commandant van het Oranjebataljon. Hij verbleef in dit witte huis aan de Veerweg. Deze foto maakte ik vanaf de Westerbouwing.
Aangekomen in Nederland dook hij in Eindhoven onder. Hij kreeg eenmaal de kans zijn dochtertje, dat hij alleen als pasgeboren baby kende, te zien. Douw van der Krap sloot zich aan bij het verzet te Oosterbeek en nam de naam Johannes Ludovicus van Ogtrop aan, tabaksplanter uit Indië . Hij nam deel aan de gevechten bij de Slag om Arnhem en had de leiding over een groep verzetsstrijders die de Britse troepen in en om Oosterbeek ondersteunden. Na het mislukken van de slag vluchtte hij met Britse troepen de Rijn over naar bevrijd gebied tijdens Operatie Pegasus. Na zijn ontsnapping werd hij in Nijmegen ondervraagd door majoor Airey Neave van de Britse inlichtingendienst. Neave was de eerste Britse krijgsgevangene die (samen met een Nederlander, Tony Luteijn) succesvol uit Colditz was ontsnapt. Eenmaal in Engeland werd hij ingedeeld bij de Britse marine. Hij werd als navigatieofficier geplaatst aan boord van het schip HMS Berwich, dat werd ingezet bij konvooibescherming.
In het voorjaar van 1945 ging Douw van der Krap nog een paar maanden naar Indië , totdat op 15 augustus ook de Japanners door de knieën gingen.
Douw van der Krap in gesprek met Prince Charles op een receptie ter gelegenheid van het leggen van een krans bij het gedenkteken van de First Airborne Division.
Douw van der Krap werd door prins Bernhard onderscheiden met de Militaire Willems-Orde, de hoogste en oudste Nederlandse ridderorde voor moed, beleid en trouw. De onderscheiding vormde een erkenning voor zijn bijzondere verdiensten en inzet.
Na de Tweede Wereldoorlog maakte Douw van der Krap verder carri re bij de Koninklijke Marine, hij werd onder andere geplaatst op verschillende kruisers, als docent op het Koninklijk Instituut voor de Marine, en als eerste officier op Hr.Ms. kruiser "De Ruyter". Ook werd hij namens Nederland als adviseur uitgezonden naar Indonesi , waar hij hielp bij de opbouw van de Indonesische marine. In 1958 ging hij in de rang van Kapitein ter zee met pensioen. Voor zijn verdiensten tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij op 17 december 1949 onderscheiden als Ridder 4e Klasse in de Militaire Willems-Orde. Gedurende de jaren zeventig werkte hij als leraar wiskunde op de scholengemeenschap Dalton Voorburg. In 1981 publiceerde hij zijn memoires en in 1995 overleed hij in Wassenaar, 87 jaar oud.
Over zijn verbluffende moed en onverzettelijkheid is het boek Contra de Swastika verschenen dat ik met grote interesse heb gelezen. Mijns inziens had zijn leven allang moeten worden verfilmd.
De strijd in Rotterdam tijdens de meidagen van 1940
De Hr.Ms. Z 5 (Z 5, H 97) was een torpedoboot van de Z 5-klasse. Het schip is gebouwd door de Vlissingse scheepswerf Koninklijke Maatschappij de Schelde. De Z 5 was vanaf 1917 in dienst van de Koninklijke Marine die haar in 1931 ombouwde tot patrouilleschip. Bij de Duitse aanval op Nederland in 1940 nam het schip deel aan de verdediging van Rotterdam; van 1943 tot 1945 was het schip als HMS Blade in dienst van de Britse marine. Na teruggave aan Nederland is het schip eind 1945 gesloopt.
Ook twee Nederlandse marineschepen mengden zich in de gevechten. Ze beschoten de Duitse posities op de Maasbruggen. Eén schip, de TM51, werd buiten gevecht gesteld door een Duitse luchtaanval. Het andere schip, de Z5, trok zich terug nadat het haar munitie had verschoten. De torpedojager Van Galen op de Nieuwe Waterweg had technische problemen en werd onderweg naar Rotterdam door Duitse Stuka's tot zinken gebracht. Aan het eind van de eerste oorlogsdag waren de Maasbruggen nog volledig intact en de Duitsers niet uit het noordelijke bruggenhoofd verdreven. Wel waren zij geïsoleerd geraakt van de andere Duitse posities op het Noordereiland.
In de meidagen van 1940, tijdens de Duitse inval in Nederland, kregen bewoners van het Rotterdamse Noordereiland onverwacht te maken met Duitse militairen. De stad was in die dagen het toneel van zware gevechten en grote onzekerheid. Duitse soldaten zochten contact met bewoners, onder meer om informatie te krijgen, onderdak te vinden of de omgeving onder controle te brengen. Voor de eilandbewoners was dit een ingrijpende ervaring: het dagelijks leven werd abrupt verstoord door de oorlog, de aanwezigheid van militairen en het geweld in de omliggende stadsdelen. De gebeurtenissen op en rond het Noordereiland maakten deel uit van de strijd om Rotterdam, die uiteindelijk uitmondde in het bombardement van 14 mei 1940 en de Nederlandse capitulatie.
De strijd om de stad Rotterdam ging door tot 14 mei 1940. Nederlandse soldaten wisten ondanks bombardementen door Duitse vliegtuigen stand te houden in grote delen van de stad. Op 13 mei voerden Nederlandse mariniers een tegenaanval uit. Een sectie van de compagnie mariniers slaagde erin via een omtrekkende beweging de Willemsbrug te bereiken en daar mitrailleurs in stelling te brengen, maar ontving vervolgens hevig vuur vanuit het gebouw van de Nationale Levensverzekeringbank, vanaf de spoorbrug en vanaf het Noordereiland. Er vielen doden en gewonden, waarna de sectie zich terugtrok. Enkele mariniers raakten ge soleerd en vonden een schuilplaats onder het wegdek, bij een van de pijlers van de brug. Pas de volgende dag, na het bombardement, zouden zij die schuilplaats verlaten om zich aan de Duitsers op het Noordereiland over te geven.
Op 14 mei 1940 vond in de Van der Takstraat op het Noordereiland in Rotterdam de overgave en bespreking plaats tussen Duitse en Nederlandse militairen, waarbij Nederlandse soldaten gevangen werden genomen. Deze locatie lag midden in het door Duitse troepen bezette gebied op het Noordereiland, vanwaaruit zij de Willemsbrug en de Maasovergangen probeerden te controleren en de uiteindelijke overgave van de Nederlandse stadscommandant forceerden.
Uit het fotoalbum van een Duitse militair: tanks rijden de stad Rotterdam binnen.
-
- De foto: Er is een bewaard gebleven oorlogsfoto (afkomstig uit een Duits fotoalbum en onder meer gepubliceerd in het boek Rotterdam Frontstad 10–14 Mei 1940) waarop te zien is hoe uitgeputte Duitse militairen en burgers scholen en rusten op deze hoek in Rotterdam-Zuid.
- Het beeld: Op de achtergrond van deze foto kijkt een lokale bewoonster vanachter haar raam of gordijn voorzichtig en gespannen naar de bezetters toe.
- Context: De stelling bevond zich niet direct in de vuurlinie bij de Willemsbrug of het Noordereiland, maar even ten zuiden daarvan in de wijk Feijenoord/Afrikaanderwijk waar de Duitse troepen na de eerste heftige gevechten posities innamen.
In de meidagen van 1940 waren er in Rotterdam ook inwoners die met Duitse soldaten op de foto wilden. Dat betekent niet automatisch dat zij de Duitse bezetting steunden. De omstandigheden waren chaotisch en onzeker: mensen reageerden verschillend op de inval, uit nieuwsgierigheid, angst, opportunisme of een poging om de situatie te begrijpen. Foto’s uit die periode moeten daarom altijd in hun historische context worden bekeken. Kort daarna werd Rotterdam zwaar gebombardeerd, met enorme gevolgen voor de stad en haar inwoners.
Einde van de battlefield tour bij Museum Rotterdam 1940-1945 NU
Na ons bezoek naar de verschillende locaties in de stad Rotterdam, komen we weer terug bij Museum Rotterdam 1940-1945 NU. Daar bekijken we het museum waar veel te zien is in een lange doorlopende vitrine eindigende met de 'Rotterdam experience'.
Het bombardement op Rotterdam 14 mei 1940
Aan het einde van deze battlefield tour krijgen we van onze gids het verhaal over de capitulatieonderhandelingen van de stad Rotterdam te horen en het fatale bombardement op 14 mei 1940. We staan voor het museum Rotterdam 1940-1945 NU bij het monument dat herinnert aan dit bombardement. Het monument is een uit beton vervaardigd model van de Duitse bommenwerper Heinkel He-111, waarvan er negentig stuks boven Rotterdam hun bommen afwierpen.
Op 14 mei 1940 wierpen Duitse Heinkel He 111-bommenwerpers hun bommen af boven Rotterdam. Het bombardement, uitgevoerd tijdens de Duitse invasie van Nederland, verwoestte een groot deel van de binnenstad en kostte achthonderd mensen het leven. De aanval had grote gevolgen voor de stad en leidde kort daarna tot de Nederlandse capitulatie.
In 2015 was er de tentoonstelling 'De Aanval' in de Onderzeebootloods op Heijplaat in Rotterdam. Het was toen 75 jaar geleden dat het bombardement van Rotterdam plaats vond. Er was een originele Heinkel He-111 overgebracht die daar te bekijken was. Deze Duitse bommenwerper verscheen in grote getale boven de stad Rotterdam op 14 mei 1940 om het bombardement uit te voeren.
De aanval op Rotterdam werd uitgevoerd door tachtig Heinkel He-111 bommenwerpers van het Kampfgeschwader 54. Voor de het doel splitsen ze zich in twee groepen. 54 toestellen onder bevel van Geschwader-commandant Oberst Walter Lackner vlogen vanuit oostelijke richting rechtdoor, terwijl de 26 Heinkels onder commando van Oberstleutnant Otto H hne naar het zuidwesten afzwenkten om daarna naar het noorden te draaien.
Mensen verzamelen zich op het Land van Hoboken terwijl de stad brandt.
Het bombardement op Rotterdam werd op 14 mei 1940 tussen 13.27 en ongeveer 13.40 uur uitgevoerd door Duitse bommenwerpers in het kader van de Duitse militaire overval op Nederland. Het bombardement van een kwartier vernietigde bijna de gehele historische binnenstad, mede door de branden die ontstonden. Naar schatting kwamen 650 tot 900 mensen om en ongeveer 80.000 werden dakloos. Het bombardement leidde nog dezelfde dag tot de overgave van Rotterdam en onder de dreiging dat ook andere steden zouden worden gebombardeerd, te beginnen met Utrecht, tot de overgave van Nederland op 15 mei 1940.
Een beeld van brandend Rotterdam na de luchtaanval, gezien vanuit de Zalmhaven.
Het onverwachte bombardement richtte in de stad zeer grote verwoestingen aan. Dit zijn de nasmeulende resten van het postkantoor Coolsingel.
Op 14 mei 1940 werd Rotterdam getroffen door het Duitse bombardement dat een groot deel van de binnenstad verwoestte. Ook in de omgeving van het Mathenesserplein was de oorlogsdreiging direct voelbaar: bewoners zochten dekking, zagen rook boven de stad hangen en werden geconfronteerd met de gevolgen van de branden en verwoestingen. Het bombardement duurde slechts korte tijd, maar had ingrijpende gevolgen voor Rotterdam. Na de aanval capituleerde Nederland, waarmee de Duitse bezetting begon. Het Mathenesserplein herinnert daarmee, net als andere plekken in de stad, aan een beslissende en verdrietige dag in de Rotterdamse geschiedenis.
Op 14 mei 1940 werd Rotterdam getroffen door het Duitse bombardement dat grote delen van de binnenstad verwoestte. De Noordsingel lag aan de noordelijke rand van het getroffen stadsgebied en vormde, samen met de omliggende wijken, een belangrijke omgeving in de dagen van verwarring, evacuatie en wederopbouw. Het bombardement begon in de middag en leidde tot een enorme brand die zich snel door de stad verspreidde. Veel Rotterdammers verloren hun woning, bezittingen of familieleden. De verwoesting van de stad werd een bepalend moment in de geschiedenis van Rotterdam en markeerde het begin van een ingrijpende wederopbouwperiode.
Op 14 mei 1940 werd Rotterdam getroffen door het Duitse bombardement, dat grote delen van de binnenstad verwoestte. Ook de omgeving van de Weteringstraat veranderde ingrijpend door de oorlogsschade en de branden die na het bombardement ontstonden. Duizenden inwoners verloren die dag hun woning, bezittingen of vertrouwde omgeving. Het bombardement leidde kort daarna tot de Nederlandse capitulatie. De herinnering aan 14 mei 1940 blijft in Rotterdam verbonden met verlies, veerkracht en de wederopbouw van de stad.
De Capitulatie van Rotterdam
De capitulatie van Rotterdam vond plaats op 14 mei 1940, tijdens de Duitse inval in Nederland aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Nadat Duitse troepen enkele dagen hadden gevochten om belangrijke bruggen en delen van de stad, stelde Duitsland een ultimatum: Rotterdam moest zich overgeven, anders zou de stad worden gebombardeerd. Terwijl de Nederlandse onderhandelaars bezig waren met de voorwaarden, verschenen Duitse bommenwerpers boven de stad. Het daaropvolgende bombardement op Rotterdam verwoestte een groot deel van het centrum en kostte honderden mensen het leven. Kort daarna gaf de Nederlandse bevelhebber in Rotterdam, kolonel Pieter Scharroo, zich over. De verwoesting van Rotterdam maakte duidelijk dat verdere weerstand grote risico’s voor andere steden met zich mee kon brengen. Een dag later, op 15 mei 1940, capituleerde het Nederlandse leger in het grootste deel van Nederland. Alleen Zeeland bleef nog korte tijd doorvechten, samen met Franse troepen.
Het venster De Tweede Wereldoorlog van de Canon van Nederland krijgt er een belangrijk voorwerp bij: een stuk stof, een historisch stuk stof. Namelijk de witte vlag waarmee Rotterdam zich op 14 mei 1940 gewonnen gaf aan de Duitsers. Museum Rotterdam heeft de vlag al heel lang in de collectie. Conservator Rob Noordhoek is te gast in NOS Met het Oog op Morgen.
Duitse officier na de Nederlandse capitulatie bij een pijler van de spoorbrug over de Maas die bij het bombardement beschadigd werd.
Duitse soldaten trekken de brandende stad Rotterdam binnen.
Om de strijd te beslechten wilde het lokale Duitse opperbevel een krachtig, tactisch bombardement om het verzet te breken. Vooruitlopend hierop kwam aan de zuidkant een Duitse delegatie onder witte vlag een ultimatum brengen met een eis tot overgave van de troepen in Rotterdam of anders zouden maatregelen worden genomen die de stad zouden kunnen vernietigen. Rond 13:00 uur kregen de Duitsers te horen dat de eis tot overgave verworpen was op formele gronden . Er ontbraken offici le handtekeningen, rangen en standen op de eis.
Van hogerhand was echter besloten tot een algeheel bombardement van Rotterdam om een overgave af te dwingen. Het lokale Duitse Korpscommando had nog maar net een herhaalde eis tot overgave van Rotterdam aan de Nederlandse onderhandelaar overhandigd, of de Duitse bommenwerpers verschenen (rond 13:20 uur). Lokale Duitse pogingen om ze terug te roepen slaagde slechts gedeeltelijk. De luiken van de niet omgekeerde bommenwerpers gingen open en Rotterdam werd in brand gezet door 97 ton aan bommen.
Terwijl in de ijssalon aan de Prins Hendrikkade 66 de formaliteiten rond de capitulatie worden afgehandeld, praat sergeant-majoor G. van Ommering in de Van der Takstraat (Noordereiland) met Duitse militairen.
Buiten café De Witte Ballons in de Rosestraat maken Duitse soldaten zich op voor het eindgevecht.
Door onverwacht taai verzet van matig bewapende en getrainde dienstplichtige eenheden van de Koninklijke Landmacht en beroepssoldaten van het Korps Mariniers, lukt het de Duitse para s niet om de noordoever van de Nieuwe Maas stevig in handen te krijgen. De Maasbruggen blijven onbruikbaar door constant geweervuur van de Nederlandse troepen. Er ontstaat een patstelling.
Op 13 mei arriveren de 9e Panzerdivision en een deel van de Leibstandarte SS Adolf Hitler aan de zuidrand van Rotterdam. Ze moeten door naar Den Haag. Er moet nu snel een doorbraak worden geforceerd. Eerder op 13 mei heeft overste Dietrich von Choltitzt twee Rotterdammers over de Willemsbrug naar het Nederlandse hoofdkwartier in Blijdorp gestuurd. Maar Scharroo weigert met burgers te onderhandelen over militaire zaken en laat beide mannen terugsturen.
Duitse tanks trekken Rotterdam binnen via de Oude Binnenweg.
Tanks van de 9e Pantserdivisie rijden vanuit Rotterdam-Zuid over de Koninginnebrug het Noordereiland op, mei 1940.
Op 14 mei sturen de Duitsers om 09.00 uur alsnog een eigen delegatie van drie man over de Willemsbrug met een officieel ultimatum. Om 10.30 uur ontvangt kolonel Scharroo de in het Nederlands opgestelde dreigbrief. Het stelt dat als Rotterdam niet binnen twee uur zijn weerstand tegen de Duitsers opgeeft, de stad zal worden vernietigd:
De weerstand, die in het open stad Rotterdam tegen de offensieve der Duitsche troepen getoont wordt, noodzakt mij indien Uwe weerstand niet onmiddelik gestakt wordt, die doelmatige maatregelen te nemen. Dit kan het volledige vernieling van het stad ten gevolge hebben.
Maar het ultimatum is alleen ondertekend met De kommandant van de Duitsche troepen . Scharroo heeft daardoor geen idee met wie of wat hij eigenlijk onderhandelt. Hij stuurt daarom een afwijzend antwoord vanwege het ontbreken van een naam, handtekening en rang. Dat antwoord wordt door zijn assistent kapitein Jan Backer rond 12.00 uur op het Noordereiland bij Von Choltitz gebracht.
Tweede ultimatum
Om 12.40 arriveren daar naast generaal Student, ook de generaals Rudolf Schmidt (commandant 39e Armeekorps) en Alfred von Hubicki (commandant 9e Panzerdivision). Generaal Schmidt schrijft als hoogste in rang een tweede ultimatum dat nu wel wordt ondertekend. Vervolgens last hij het bombardement voorlopig af, geeft drie uur respijt en stuurt Backer om 13.20 uur terug naar Scharroo met zijn antwoord. Tijdens de terugtocht van Backer naar Blijdorp breekt, ondanks Schmidts uitstel, het vernietigende bombardement toch los.
Kolonel Pieter Wilhelmus Scharroo was tijdens de Duitse inval in mei 1940 commandant van de Nederlandse troepen in Rotterdam. Hij speelde een belangrijke rol bij de verdediging van de stad tegen de Duitse aanval. Op 14 mei 1940 ontving Scharroo een Duits ultimatum waarin werd gedreigd Rotterdam te bombarderen als de Nederlandse verdediging niet zou worden gestaakt. Terwijl over de voorwaarden werd onderhandeld, vond het bombardement op Rotterdam plaats. Na de verwoesting van grote delen van de binnenstad en de dreiging van nieuwe bombardementen gaf Scharroo zich met de troepen in Rotterdam over. Zijn optreden werd in de berichtgeving van die tijd, onder meer rond De Telegraaf in 1940, verbonden met de dramatische gebeurtenissen rond de verdediging en capitulatie van Rotterdam.
Voorzijde van het papier waarop kolonel Scharroo zijn antwoord geeft op het eerste ultimatum van Generalleutnant Schmidt. Meteen eronder begint Schmidt aan zijn eisen voor het tweede ultimatum.
Achterzijde van het beladen document en het vervolg van Schmidts capitulatie-eisen. Kapitein Backer krijgt dit om 13.15 uur Nederlandse tijd mee. De Nederlanders hebben nog drie uur om zich over te geven. De inkt is nauwelijks droog of de bommenregen daalt al neer op de stad. Na de ramp noteert kolonel P.W. Scharroo ontdaan Angenommen, Oberst, Kommandant der Truppen en zet zijn handtekening.
In de Van der Takstraat in Rotterdam gaven Nederlandse militairen zich in mei 1940 over aan Duitse troepen, tijdens de Duitse inval in Nederland. De overgave vond plaats in de chaotische dagen rond het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. Nadat duidelijk werd dat verdere weerstand in de stad grote risico’s voor de bevolking met zich meebracht, werden op verschillende plaatsen de wapens neergelegd. De formele Nederlandse capitulatie volgde op 15 mei 1940 in Rijsoord. De gebeurtenis in de Van der Takstraat staat symbool voor het einde van de strijd in Rotterdam en het begin van vijf jaar Duitse bezetting. Er wordt door de Nederlandse onderhandelaar gezwaaid met de witte vlag die tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven en een iconische waarde heeft gekregen.
Als het bombardement is afgelopen en Rotterdam in brand staat, begeeft kolonel Scharroo zich om 16.00 uur naar het Noordereiland om alsnog de stad over te geven. Hij overhandigd het ultimatum voorzien van het woord Angenommen en zijn handtekening.
Generaal Winkelman verlaat de school in Rijsoord na ondertekening van de overgave van Nederland op 15 mei 1940, nog op dezelfde dag waarop Rotterdam zich heeft overgegeven en na het Duitse dreigement dat ook Utrecht en Den Haag zullen worden gebombardeerd.
En zo eindigt onze indrukwekkende Battlefield Tour De Strijd om Rotterdam voor het museum aan de Coolhaven bij het monument met de Heinkel bommenwerper.