29-3-2026 Radarstation Ten Arlo: geheim wapentuig van de Luftwaffe dat de hemel van Drenthe in de gaten hield
Een publicatie van Nienke Meijer (redacteur) RTV Drenthe
Een betonnen sokkel van ruim 70 ton uit de Tweede Wereldoorlog krijgt binnenkort een nieuwe plek bij Barak Linde. Het object is een van de laatste zichtbare resten van een Duits radarstation bij Ten Arlo, net buiten Hoogeveen. Achter dit ogenschijnlijk eenvoudige stuk beton schuilt het verhaal van een geheim Duits radarstation uit de Tweede Wereldoorlog.
"Na de eerste bombardementen heeft Duitsland in korte tijd veel geheime apparatuur opgezet", vertelt de Hoogeveense historicus Albert Metselaar. "Dat werd afgeschermd en dat waren allemaal radarstations."
Marder
Bij Ten Arlo ging het om radarstation Marder, Duits voor marter. Deze installatie maakte deel uit van het zogeheten Himmelbett-systeem, een netwerk waarmee de Duitsers het luchtruim nauwlettend in de gaten hielden.
"Daarmee konden ze de hele hemel in de gaten houden op geallieerde vliegtuigen. Zo konden geallieerden niet meer onopgemerkt binnenkomen. De geallieerden probeerden dat met schijnbewegingen wel. Het werd daardoor een soort kat-en-muisspel."
Het systeem was voor die tijd bijzonder geavanceerd. "Als je een goede antenne had, konden geallieerde vliegtuigen op 100 tot 120 kilometer al worden gezien. Dat haalden ze wel." Engeland beschikte overigens ook over radarinstallaties, later zelfs in bommenwerpers.
Nachtjagers en kwetsbare doelen
Het Himmelbett-systeem werkte nauw samen met Duitse nachtjagers. Zodra een geallieerd vliegtuig werd gesignaleerd, werden jagers er via radiocontact naartoe geleid.
Vooral beschadigde bommenwerpers liepen groot risico. "Veel bommenwerpers die al een beetje beschadigd waren, waren op de terugweg langzamer en los van de hoofdmacht. Juist die werden vaak de dupe van het systeem."
Een bekend voorbeeld is een neergestorte bommenwerper bij Hollandscheveld. "Wilfred Still werd door het systeem gezien en werd neergehaald bij Hollandscheveld. De straat draagt nu zijn naam", aldus Metselaar.
Groot en zwaar bewaakt complex
De radarstelling bij Ten Arlo was geen kleine installatie, maar een compleet kampement. "Het was een groot complex, onderdeel van een barakkenkamp waar ook personeel zat. Waaronder vrouwen die onderdeel waren van de Luftwaffe."
De installatie werd uitgerust met geavanceerde radarapparatuur. Zo kon een Freya-radar vliegtuigen al op 120 tot 150 kilometer afstand detecteren. Daarnaast stonden er twee grote Würzburg Riese-radars, die niet alleen toestellen konden volgen, maar ook hun vlieghoogte bepaalden tot op zo'n 70 kilometer afstand.
Een soortgelijke Duitse Wurzburg-Riese radar-antenne stond in Zandvoort
Het terrein bestond uit meerdere grote antennes op betonnen sokkels, barakken, technische gebouwen en een uitgebreid netwerk van kabels onder de grond. Metselaar: "Naast elke radar stond een gebouwtje dat alle informatie verzamelde en doorstuurde naar een grotere installatie."
Het gebied was zwaar beveiligd, al kreeg de Nederlandse spionage het bestaan ervan uiteindelijk wel door. Er vonden ook luchtaanvallen plaats, waarbij onder meer Luftwaffe-personeel om het leven kwam.
Slag om Hoogeveen
In april 1945 kwam er een abrupt einde aan de radarstelling. "De Duitsers hebben het kampement uiteindelijk zelf in brand gestoken en zijn vertrokken", vertelt Metselaar. Daarbij kwamen ook Nederlandse slachtoffers om het leven, voor wie later een plaquette in Hoogeveen is geplaatst.
Opvallend is dat een geplande slag om Hoogeveen uiteindelijk niet doorging. "Er zou eigenlijk een gevecht komen, maar omdat er niet genoeg Duitse soldaten waren ging dat niet door. Dat is de redding geweest voor Hoogeveen, want anders was waarschijnlijk alles gebombardeerd." Een dag nadat het kamp in brand was gezet volgde de bevrijding van Hoogeveen.
Laatste zichtbare resten
Van het ooit omvangrijke radarcomplex is vandaag de dag nog maar weinig over. "De sokkel is het enige wat je nog ziet", zegt Metselaar. Wel liggen er nog restanten verborgen in de bodem. "Er zijn ook nog twee voeten die er nog wel zijn, maar die diep onder de grond zitten. Als je daar een woonwijk zou willen maken, dan kom je die wel tegen."
Eind april wordt de zware betonnen sokkel verplaatst naar Barak Linde. Daar blijft het mogelijk om het verhaal van de radarstelling en de oorlogsgeschiedenis levend te houden voor toekomstige generaties.