Operatie Market Garden was een geallieerd offensief in september 1944, bedoeld om via Nederland snel door te stoten naar Duitsland. De operatie bestond uit een luchtlandingsdeel, Market, en een grondoffensief, Garden. Britse, Amerikaanse en Poolse luchtlandingstroepen moesten belangrijke bruggen veroveren, terwijl het Britse 30e Legerkorps vanuit België over één smalle route naar het noorden zou oprukken. De belangrijkste en meest noordelijke doelstelling was de verkeersbrug over de Rijn bij Arnhem. Op 17 september landde de Britse 1e Luchtlandingsdivisie in de omgeving van Arnhem en Oosterbeek. Slechts een klein onderdeel, onder leiding van luitenant-kolonel John Frost, bereikte de noordelijke oprit van de Arnhemse verkeersbrug. Deze militairen hielden hun positie enkele dagen vast, maar kregen te maken met onverwacht sterke Duitse tegenstand, waaronder pantser- en SS-eenheden. De hoofdmacht van de divisie kon de brug niet bereiken en werd teruggedrongen naar Oosterbeek. Daar ontstond een verdedigingsgebied dat bekendstaat als de perimeter van Oosterbeek. In dit relatief kleine gebied, dicht bij de Rijn, verdedigden Britse, Poolse en andere geallieerde militairen zich van 20 tot 25 september tegen voortdurende Duitse aanvallen. De verdedigers hadden weinig munitie, voedsel en medische middelen, terwijl artillerievuur en gevechten grote schade aanrichtten. De opmars van de grondtroepen liep vertraging op en bereikte Arnhem niet op tijd. In de nacht van 25 op 26 september werden ongeveer 2.400 overgebleven geallieerde militairen over de Rijn teruggetrokken tijdens Operatie Berlijn. Daarmee eindigde de Slag om Arnhem in een Duitse overwinning. De brug bij Arnhem bleef in Duitse handen en de geallieerden slaagden er niet in een bruggenhoofd over de Rijn te vestigen. Operatie Market Garden bracht wel delen van Zuid-Nederland bevrijding, maar de oorlog in Nederland duurde nog maanden voort.

De Britse 1st Airborne Division landde in september 1944 met Horsa-gliders op verschillende landingszones bij Wolfheze en in de omgeving van Arnhem en Oosterbeek. De zweefvliegtuigen brachten militairen, jeeps, antitankgeschut en andere zware uitrusting naar het gebied als onderdeel van Operatie Market Garden. Vanuit de landingszones trokken de eenheden richting Arnhem, met als belangrijke opdracht de verkeersbrug over de Rijn veilig te stellen. De landingen verliepen grotendeels volgens plan, maar de troepen kregen al snel te maken met onverwacht sterke Duitse tegenstand.

Op 17 september 1944 landden Britse parachutisten van de 1st Airborne Division op de Ginkelse Heide bij Ede. De landing maakte deel uit van Operatie Market Garden, de geallieerde poging om via Nederland snel door te stoten naar Duitsland. Vanaf de heide trokken de militairen richting Arnhem, waar zij de brug over de Rijn moesten veroveren en vasthouden. Door sterke Duitse tegenstand, problemen met de verbindingen en vertragingen bereikten slechts een deel van de troepen de brug. De Slag om Arnhem eindigde uiteindelijk zonder het beoogde geallieerde succes, maar de landing op de Ginkelse Heide blijft een belangrijk en indrukwekkend onderdeel van de Nederlandse oorlogsgeschiedenis.

n september 1944 werd Oosterbeek een belangrijk strijdtoneel tijdens de Slag om Arnhem, onderdeel van Operatie Market Garden. Nadat de Britse 1e Luchtlandingsdivisie bij Arnhem was geland, trokken veel militairen zich terug naar Oosterbeek toen bleek dat de brug over de Rijn niet kon worden behouden. Daar verdedigden zij dagenlang een steeds kleiner gebied tegen Duitse eenheden. De gevechten waren zwaar en ook inwoners van Oosterbeek kregen te maken met beschietingen, schade aan woningen en evacuaties. In de nacht van 25 op 26 september werden de overgebleven Britse militairen grotendeels over de Rijn teruggetrokken. De Airborne-begraafplaats in Oosterbeek herinnert nog altijd aan de vele Britse en andere geallieerde militairen die tijdens deze strijd omkwamen.

Sergeant-majoor Joe Price met Irene Reimann, de enige vrouw die tijdens de Slag om Arnhem in het kader van Operatie Market Garden gevangen werd genomen

De enige Duitse vrouwelijke krijgsgevangene Irene Reimann. Of ze het nu zo slecht heeft gehad toen ze in handen van de Britse Airbornes viel valt nog te bezien getuige hoe ze op de foto's staat.

Ook op de Utrechtseweg in Arnhem werd zwaar gevochten tijdens de Slag om Arnhem. Britse luchtlandingstroepen onder leiding van luitenant-kolonel John Frost probeerden in september 1944 de Rijnbrug – de huidige John Frostbrug – in handen te krijgen en vast te houden. Hun doel was cruciaal voor Operatie Market Garden: via de brug moesten geallieerde grondtroepen snel de Rijn kunnen oversteken. De Britten bereikten de noordelijke oprit van de brug, maar kregen onderweg en in de omgeving van de Utrechtseweg te maken met hevige Duitse tegenstand. Ondanks hun vastberaden verdediging raakten de troepen van Frost uiteindelijk omsingeld en moesten zij zich na dagen van zware gevechten overgeven.

Nederlanders verwelkomen de Amerikaanse 101ste Airborne Division ‘Screaming Eagles’ troepen tijdens de operatie Market Garden

Op 17 september 1944 landden de Amerikaanse eenheden (de 101e en 82e Luchtlandingsdivisie) in het zuiden en oosten van Noord-Brabant en Gelderland als onderdeel van Operatie Market Garden. 
Locaties van de Amerikaanse landingen
  • 101e Luchtlandingsdivisie (noordelijk van Eindhoven): Landden bij Son (in de Sonniuswijk bij de brug), Veghel en Sint-Oedenrode om de bruggen over de Dommel en de Zuid-Willemsvaart te veroveren.
  • 82e Luchtlandingsdivisie (omgeving Nijmegen): Landden bij Grave (voor de grote brug over de Maas), in Groesbeek en op de Heumensoord ten zuiden van Nijmegen om de bruggen en heuvels in handen te krijgen.
    (Op dezelfde dag landden de Britse troepen verder naar het noorden, in de omgeving van Arnhem).

    Een Amerikaanse parachutist geeft kauwgom aan een Nederlands meisje nadat hij tijdens Operatie Market Garden achter de Duitse linies is geland, in de omgeving van Sonniuswijk in Nederland. Dit kleine gebaar laat zien hoe bijzonder het contact tussen geallieerde militairen en de Nederlandse bevolking kon zijn in een periode van grote onzekerheid en gevaar. Operatie Market Garden vond plaats in september 1944 en had als doel belangrijke bruggen in Nederland te veroveren om de opmars naar Duitsland te versnellen.

    Nederlandse burgers met militairen van de 101st Airborne Division tijdens Operatie Market Garden

    Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 vonden rond de Rijnbrug, tegenwoordig de John Frostbrug, zware gevechten plaats. Britse luchtlandingstroepen hadden de opdracht de brug veilig te stellen, zodat geallieerde grondtroepen vanuit het zuiden verder Duitsland konden binnendringen. Een klein deel van de Britse troepen wist de noordelijke oprit van de brug te bereiken en hield deze dagenlang vast onder hevig Duits vuur. De verdedigers waren echter omsingeld, beschikten over weinig munitie en kregen onvoldoende versterking. De gevechten veroorzaakten grote schade in de stad en kostten veel militairen en burgers het leven. Uiteindelijk moesten de overgebleven Britse soldaten zich overgeven. De slag maakte duidelijk hoe zwaar de operatie verliep en waarom Arnhem blijvend verbonden is met de herinnering aan Operatie Market Garden.

    No. 2 Dutch Troop was een Nederlandse eenheid binnen het Britse No. 10 (Inter-Allied) Commando tijdens de Tweede Wereldoorlog. De troop werd in 1942 samengesteld uit Nederlandse militairen en vrijwilligers die na de Duitse bezetting naar Groot-Brittannië waren uitgeweken. Binnen het intergeallieerde commando trainden zij voor speciale opdrachten, waaronder verkenningen, sabotage, raids en het verzamelen van inlichtingen. De Nederlandse commando’s werkten daarbij nauw samen met Britse en andere geallieerde eenheden. Leden van No. 2 Dutch Troop werden op verschillende plaatsen in Europa ingezet, onder meer tijdens operaties in bezet gebied en bij de bevrijding van Nederland. De eenheid leverde daarmee een belangrijke bijdrage aan de geallieerde oorlogsinspanning en geldt als een van de voorlopers van de moderne Nederlandse commando- en special forces-traditie.

    Foto gemaakt in de zuid-westelijke richting van de Johan de Wittlaan op 19 september 1944 door een Duitse propaganda fotograaf.

    Na het beëindigen van de strijd moesten de inwoners van Arnhem de stad verlaten. Deze gedwongen evacuatie had grote gevolgen: veel mensen lieten hun woningen, bezittingen en dagelijkse leven achter in onzekerheid over wanneer zij konden terugkeren.

    De stad Arnhem werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd, vooral in de periode rond de Slag om Arnhem in september 1944. Ook de Eusebiuskerk, een van de bekendste gebouwen van de stad, liep grote schade op. De kerktoren werd verwoest door oorlogsgeweld en moest na de oorlog worden herbouwd. De wederopbouw van Arnhem en de Eusebiuskerk staat symbool voor de veerkracht van de stad en haar inwoners. Ook de Rijnbrug werd opgeblazen. Daarmee werd een belangrijke verbinding over de Rijn vernietigd, met grote gevolgen voor verkeer, bevoorrading en militaire verplaatsingen in de omgeving. Het opblazen van de brug maakte duidelijk hoe kwetsbaar de infrastructuur tijdens de oorlog was en hoe ingrijpend de gevolgen voor inwoners en reizigers konden zijn.