De wereld waarin wij leven, lijkt steeds verder af te glijden naar een periode van onzekerheid, militaire spanningen en toenemende dreiging. De oorlog in Oekraïne duurt voort, de verhouding tussen Rusland en het Westen staat onder grote druk en steeds vaker waarschuwen politici en militaire leiders voor de risico's die ons continent bedreigen.Wat mij daarbij opvalt, is dat de toon vanuit Den Haag steeds scherper wordt. Waar jarenlang vooral werd gesproken over Rusland als agressor in de oorlog tegen Oekraïne, wordt nu ook openlijk de term vijand gebruikt.

Van agressor naar vijand

Steeds scherpere woorden over Rusland, maar welke consequenties verbindt Den Haag daaraan?

Op 8 oktober 2026 noemde minister van Defensie Dilan Yeşilgöz Rusland nadrukkelijk de vijand. Zij wees daarbij op de toenemende dreiging van sabotage, intimidatie en andere activiteiten die volgens de Nederlandse regering en veiligheidsdiensten met Rusland in verband worden gebracht. Ook de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken heeft Rusland aangeduid als een van de grootste veiligheidsdreigingen voor ons land. <escape>Bron: NOS Nieuws, 8 oktober 2026

Dat zijn geen onbeduidende woorden. Wanneer bewindspersonen een land niet langer uitsluitend als tegenstander of agressor beschrijven, maar als vijand, dan roept dat vragen op over de ernst van de situatie en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse samenleving.

De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten waarschuwen bovendien dat Rusland zijn militaire mogelijkheden uitbreidt en dat hybride dreigingen, zoals sabotage en andere vormen van ondermijning, toenemen. Een militair conflict tussen Rusland en het Westen is daarmee een risico dat serieus moet worden genomen. Dat betekent overigens niet dat een oorlog tussen Rusland en de NAVO onvermijdelijk is.

Maar wat betekent dit concreet voor Nederland?

De Russische ambassade in Den Haag aan de Andries Bickerweg 2 2517 JP Den Haag

Juist hier begint voor mij een belangrijke vraag.

Als onze politici steeds nadrukkelijker spreken over Rusland als vijand en de regering waarschuwt voor een toenemende dreiging, welke consequenties verbinden we daar dan aan? Blijft het bij krachtige uitspraken, extra investeringen in defensie en waarschuwingen aan de bevolking? Of hoort daar ook een kritische heroverweging van onze diplomatieke betrekkingen bij?

k vraag mij in het bijzonder af waarom de Russische ambassade in Den Haag nog op de gebruikelijke wijze kan blijven functioneren, terwijl de politieke uitspraken over Rusland steeds scherper worden.

De Russische ambassade is gevestigd aan de Andries Bickerweg in Den Haag en vormt een officieel diplomatiek kanaal tussen Rusland en Nederland.

Mijn vraag is daarom: als Rusland door onze eigen bewindspersonen als vijand wordt bestempeld, waarom leidt dat dan niet tot een openlijk debat over de toekomst en de omvang van de Russische diplomatieke vertegenwoordiging in Nederland?

Moet de ambassade in Den Haag gewoon blijven functioneren zoals voorheen? Zou het niet logisch zijn om te onderzoeken of een verdere inperking van haar werkzaamheden, een vermindering van het diplomatieke personeel of zelfs sluiting aan de orde moet komen? Dat zijn vragen die naar mijn mening niet uit de weg mogen worden gegaan.

Diplomatie is ook een kwestie van veiligheid

Natuurlijk zijn diplomatieke betrekkingen niet hetzelfde als vriendschappelijke betrekkingen. Zelfs wanneer twee landen ernstige tegenstanders zijn, kan het onderhouden van diplomatieke contacten van groot belang blijven.

Een ambassade kan immers ook dienen als communicatiekanaal om misverstanden te voorkomen, incidenten te bespreken en escalatie tegen te gaan. Het verbreken van diplomatieke betrekkingen kan de mogelijkheden voor rechtstreeks overleg juist verkleinen.

Toch betekent dat niet dat een ambassade onbeperkt moet kunnen functioneren. Wanneer er concrete veiligheidsrisico's bestaan, kan een regering besluiten het aantal diplomaten te beperken of bepaalde personen uit te wijzen. Nederland heeft in 2022 en 2023 al maatregelen genomen tegen de Russische diplomatieke aanwezigheid, waaronder de uitwijzing van Russische inlichtingenofficieren en de beperking van het aantal Russische diplomaten in Nederland.

De vraag is dus niet alleen óf diplomatieke betrekkingen moeten blijven bestaan, maar ook onder welke voorwaarden en met welke waarborgen voor onze nationale veiligheid.

Woorden vragen om uitleg

Wat mij vooral bezighoudt, is het verschil tussen de ernst van de politieke uitspraken en de praktische gevolgen daarvan.

Wanneer de regering zegt dat de dreiging toeneemt, verwacht de bevolking een heldere uitleg. Welke dreigingen zijn vastgesteld? Welke maatregelen worden genomen? Wat betekent dit voor onze veiligheid? En hoe wordt voorkomen dat Nederland onbedoeld verder in een militair conflict wordt betrokken?

Daarbij hoort ook een eerlijk debat over de Russische ambassade. Niet omdat het woord vijand automatisch betekent dat een ambassade gesloten moet worden, maar omdat zulke uitspraken aanleiding geven om de bestaande diplomatieke verhoudingen opnieuw tegen het licht te houden.

Een verdere beperking van de Russische diplomatieke aanwezigheid zou zorgvuldig moeten worden afgewogen tegen de veiligheidsrisico's, de wederkerigheid en het belang van communicatie tussen beide landen. De regering moet daarbij duidelijk maken welke concrete argumenten vóór of tegen zo'n maatregel pleiten.

Waakzaamheid zonder paniek

We leven in een tijd waarin oorlog niet langer iets lijkt dat zich uitsluitend ver buiten onze landsgrenzen afspeelt. De gevolgen van internationale conflicten kunnen ook Nederland raken, bijvoorbeeld door cyberaanvallen, sabotage, economische onzekerheid en spanningen binnen het NAVO-bondgenootschap.

Dat vraagt om waakzaamheid, een goed voorbereide krijgsmacht en een bevolking die begrijpt wat er in de wereld gebeurt. Maar het vraagt eveneens om politici die zorgvuldig met hun woorden omgaan en bereid zijn hun beleid uit te leggen.

Ik ben van mening dat we niet kunnen volstaan met steeds scherpere uitspraken over Rusland zonder tegelijkertijd duidelijk te maken welke consequenties daaraan worden verbonden. Als de dreiging werkelijk zo ernstig is als wordt gesteld, dan moet ook de diplomatieke strategie daarover openlijk worden besproken.

Mijn vraag aan de Nederlandse politiek blijft daarom: als Rusland steeds nadrukkelijker als vijand wordt aangeduid, waarom bespreken we dan niet veel indringender of de Russische ambassade in Den Haag moet worden gesloten of op zijn minst verder moet worden teruggebracht tot een minimaal diplomatiek niveau?

Niet om de deur naar diplomatie per definitie dicht te gooien, maar om duidelijkheid te scheppen over de verhouding tussen woorden, veiligheidsbeleid en de bescherming van Nederland.

Want in een tijd van toenemende internationale spanningen is het belangrijk dat de politiek niet alleen waarschuwt voor dreigingen, maar ook uitlegt welke keuzes zij maakt en waarom.

De gevolgen van een escalatie tussen Rusland en Europa kunnen aanzienlijk zijn, maar er is een belangrijk onderscheid tussen toenemende provocaties, een ernstige internationale crisis en een daadwerkelijke oorlog tussen Rusland en de NAVO. Niet iedere provocatie leidt tot een militair conflict, en er is geen reden om ervan uit te gaan dat een grootschalige oorlog onvermijdelijk is.
Voor Nederland zijn er drie vragen die bijzonder belangrijk zijn: kan de overheid burgers oproepen voor militaire dienst, kunnen brandstoffen en levensmiddelen schaars worden, en hoe kunnen huishoudens zich daarop voorbereiden?

1. Kan Nederland overgaan tot het oproepen onder de wapenen?

Ja, dat kan onder bepaalde omstandigheden, maar niet automatisch zodra de spanningen verder oplopen.

De Nederlandse dienstplicht bestaat nog steeds. De opkomstplicht is echter sinds 1997 opgeschort. Volgens de huidige informatie van de Rijksoverheid worden dienstplichtigen niet opgeroepen en zijn er geen plannen om de gewone opkomstplicht opnieuw in te voeren.

Er zijn verschillende mogelijke scenario's:

  • Bij toenemende dreiging: Defensie kan meer beroepsmilitairen, reservisten en vrijwillige medewerkers inzetten.

  • Bij een ernstige crisis: de regering kan aanvullende maatregelen voorbereiden en de krijgsmacht verder uitbreiden.

  • Bij een grootschalig gewapend conflict: Nederland zou kunnen besluiten de dienstplicht opnieuw te activeren of andere vormen van verplichte militaire inzet mogelijk te maken. Daarvoor zijn juridische en praktische stappen nodig.

De Defensienota 2026 beschrijft plannen om de krijgsmacht uit te breiden en beter voorbereid te zijn op opschaling. Daarbij wordt ook gewerkt aan een selectieve opkomstplicht, waarvoor aanpassing van de wet nodig is. Dat is iets anders dan een besluit om burgers nu op te roepen.

Wat betekent dit voor burgers? Een brief over de dienstplicht of een oproep om een vragenlijst in te vullen, betekent niet dat iemand daadwerkelijk onder de wapenen wordt geroepen. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen registratie, vrijwillige deelname, reservistendienst en verplichte militaire dienst.

2. Moeten we rekening houden met distributie van brandstoffen?

Ja, brandstofrantsoenering is een mogelijk noodscenario, maar geen onvermijdelijke uitkomst van Russische provocaties.

Bij een ernstige verstoring van de olieaanvoer kunnen brandstofprijzen stijgen, leveringen worden beperkt of overheden maatregelen nemen om het verbruik te verminderen.

Nederland heeft hiervoor een crisisplan. De overheid beschikt over strategische olievoorraden en kan bij tekorten prioriteiten stellen aan de verdeling van brandstoffen. In een uitzonderlijke situatie kan rantsoenering nodig zijn.

Mogelijke gevolgen zijn:

  • Hogere prijzen voor benzine, diesel en vervoer.

  • Tijdelijke leveringsproblemen bij tankstations.

  • Beperkingen op het brandstofverbruik.

  • In een ernstige crisis: voorrang voor hulpdiensten, Defensie en vervoer dat nodig is om de voedselvoorziening draaiende te houden.

Dat laatste betekent niet dat er al een besluit bestaat om Nederlandse automobilisten op korte termijn benzine of diesel te laten rantsoeneren vanwege Rusland.

3. Kunnen levensmiddelen schaars worden?

Ja, plaatselijke of tijdelijke tekorten zijn denkbaar. Een langdurige landelijke distributie van voedsel is een veel ingrijpender scenario.
De voedselvoorziening is afhankelijk van transport, energie, digitale systemen, opslag en internationale handel. Een ernstige verstoring van deze systemen kan gevolgen hebben voor de bevoorrading van supermarkten.

Denk bijvoorbeeld aan de volgende situaties:

  • Een cyberaanval op betalingsverkeer: winkels kunnen tijdelijk problemen krijgen met pinbetalingen en kassasystemen.

  • Een grote stroomstoring: koeling, distributiecentra en transport kunnen worden verstoord.

  • Een langdurige internationale crisis: hogere energie- en transportkosten kunnen levensmiddelen duurder maken.

  • Een ernstige oorlogssituatie: als aanvoer en productie langdurig worden geraakt, kunnen sommige producten schaars worden en kunnen aanvullende overheidsmaatregelen noodzakelijk zijn.

Een officieel distributiesysteem waarbij iedereen levensmiddelen met bonnen of rantsoenkaarten krijgt, is een veel verdergaand scenario. Er is geen reden om aan te nemen dat dit nu op korte termijn noodzakelijk is. Het doel is niet om uit angst grote hoeveelheden goederen in te slaan. Een bescheiden, goed onderhouden voorraad is verstandiger dan hamsteren, omdat hamsteren juist tekorten kan verergeren.

4. Wat kunt u zelf verstandig doen?

De Nederlandse overheid adviseert huishoudens zich voor te bereiden om de eerste 72 uur (drie dagen) van een noodsituatie zelfstandig door te komen. Dat advies geldt voor verschillende soorten crises, niet alleen voor oorlog.

5. Wat is het belangrijkste om in de gaten te houden?

Volg vooral officiële mededelingen van de Nederlandse overheid, Defensie en de veiligheidsregio. Let op concrete maatregelen, zoals een formeel besluit over militaire mobilisatie, officiële waarschuwingen over energievoorziening of een aangekondigde beperking van brandstofleveringen.
Mijn conclusie is dat Nederland rekening moet houden met verstoringen en zich daarop moet voorbereiden, maar dat we onderscheid moeten blijven maken tussen mogelijke scenario's en daadwerkelijk aangekondigde maatregelen.
De verstandigste houding is daarom: waakzaam zijn, praktisch voorbereid zijn en niet in paniek raken.

Wordt de dreiging van een Derde Wereldoorlog groter door Trump en de oorlog in Oekraïne?

De zorg is begrijpelijk. De houding van de Amerikaanse president Donald Trump tegenover Rusland, Oekraïne en de NAVO kan invloed hebben op de veiligheid in Europa. Maar er is een belangrijk onderscheid: een grotere onzekerheid over de Amerikaanse steun aan Europa is niet hetzelfde als een onvermijdelijke Derde Wereldoorlog.